ECLI:NL:HR:2000:AA8737
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof en veroordeelt Delta Lloyd tot schadevergoeding na verkeersongeval
Op 23 mei 1989 vond te Bolsward een verkeersongeval plaats waarbij een negenjarig kind, rijdend op een fiets, werd geraakt door een vrachtauto bestuurd door de chauffeur. FBTO, als verzekeraar van het slachtoffer, vergoedde de medische kosten en vorderde regres op Delta Lloyd, de aansprakelijkheidsverzekeraar van de vrachtauto.
De rechtbank wees de vordering van FBTO af wegens gegrond verklaarde overmacht aan de zijde van de chauffeur. Het hof bekrachtigde dit oordeel, stellende dat de chauffeur geen verwijt kon worden gemaakt en dat de oorzaak van het ongeval onduidelijk bleef, waardoor Delta Lloyd voldeed aan haar stelplicht.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had omtrent het begrip overmacht en de bewijslast. De Hoge Raad stelde dat de chauffeur rekening had moeten houden met onverwachte gedragingen van de fietser en dat Delta Lloyd onvoldoende feiten had gesteld om overmacht aan te tonen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en veroordeelde Delta Lloyd tot betaling van de schadevergoeding aan FBTO, inclusief wettelijke rente en proceskosten. Dit arrest benadrukt de strenge eisen aan het beroep op overmacht in verkeersaansprakelijkheid en de bewijslast die op de verzekeraar rust.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt Delta Lloyd tot betaling van de schadevergoeding aan FBTO wegens onvoldoende bewijs van overmacht.