ECLI:NL:PHR:2002:AB2865
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van paardenkosten wegens evidente wanverhouding tot zakelijk nut
Belanghebbende, een uitzendbureau, bracht in 1996 kosten voor het houden en trainen van renpaarden ten laste van haar winst onder de noemer reclamekosten. De Inspecteur weigerde deze aftrek wegens onvoldoende zakelijk karakter en stelde een navorderingsaanslag vast. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de kosten deels zakelijk waren, maar dat een aanzienlijk deel vanwege een evidente wanverhouding tussen kosten en nut niet aftrekbaar was, mede omdat de aandeelhouder persoonlijk belang had bij de paardensport.
De Hoge Raad bevestigt dat kosten die met het oog op de zakelijke belangen zijn gemaakt in beginsel aftrekbaar zijn, maar dat kosten die in evidente wanverhouding staan tot het nut voor de onderneming niet aftrekbaar zijn. De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte ook de persoonlijke interesse van de aandeelhouder heeft meegewogen bij de beoordeling van de zakelijke aard van de kosten. Tevens is het oordeel van het Hof over het beperkte nut van de reclame via de paarden onvoldoende gemotiveerd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander Hof voor een nieuw onderzoek naar de aftrekbaarheid van de kosten, waarbij uitsluitend objectief moet worden getoetst of een redelijk denkend ondernemer de kosten in verhouding tot het zakelijke nut zou maken. De zaak bevat tevens een uitgebreide bespreking van de jurisprudentie over de toerekening van kosten en de marginale toetsing van de redelijkheid van zakelijke uitgaven.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de aftrekbaarheid van de kosten.