ECLI:NL:PHR:2002:AD5355
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid juridisch eigenaar bij verkoop pand ondanks overdracht economische eigendom
In deze zaak stond centraal of eiser, als juridisch eigenaar van een winkel-woonhuis, mede als verkoper kon worden aangemerkt en aansprakelijk was voor schade door verborgen funderingsgebreken, ondanks dat de economische eigendom in 1985 was overgedragen aan B+R Holding. Kopers hadden het pand in 1996 gekocht en later funderingsproblemen ontdekt, waarvoor zij schadevergoeding vorderden wegens wanprestatie en onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelde dat eiser en B+R Holding samen als verkopers moesten worden beschouwd en veroordeelde hen tot betaling van schadevergoeding. Het hof bevestigde dit oordeel, stellende dat eiser door een gerechtelijke erkentenis als verkoper geldt, ook al was hij alleen juridisch eigenaar en had hij geen feitelijke bemoeienis met de verkoop. De Hoge Raad behandelde in cassatie diverse klachten over de uitleg van de gerechtelijke erkentenis, de rol van de volmacht en de aansprakelijkheid van de juridisch eigenaar.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde dat de gerechtelijke erkentenis onherroepelijk is en dat eiser als juridisch eigenaar aansprakelijk kan zijn voor wanprestatie bij verkoop. Ook het argument dat eiser geen partij was bij de koopovereenkomst faalde, mede omdat vertegenwoordiging via volmacht voldoende is. De aansprakelijkheid van de juridisch eigenaar staat los van het risico van waardeverandering dat bij de economische eigenaar ligt. De uitspraak benadrukt de reikwijdte van gerechtelijke erkenningen en de juridische gevolgen van de overdracht van economische eigendom.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat eiser mede als verkoper aansprakelijk is voor wanprestatie ondanks overdracht van economische eigendom.