ECLI:NL:PHR:2002:AD5356
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding van shockschade door geestelijk letsel na dodelijk verkeersongeval met kindertaxi
Op 9 april 1992 vond een tragisch verkeersongeval plaats waarbij een kindertaxi achteruit reed en het vijfjarige dochtertje van verweerster aanreed, wat leidde tot haar onmiddellijke overlijden. Verweerster werd geconfronteerd met het verminkte lichaam van haar dochter, hetgeen leidde tot ernstig geestelijk letsel, vastgesteld als een ernstige depressie en posttraumatische stressstoornis.
Verweerster vorderde van de verzekeraar van de taxibus vergoeding voor materiële en immateriële schade wegens dit geestelijk letsel, aangeduid als shockschade. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde haar in het gelijk en kende een immateriële schadevergoeding toe. De verzekeraar stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt dat shockschade, als gevolg van de confrontatie met een ernstig ongeval, voor vergoeding in aanmerking komt, ook als de benadeelde niet zelf verkeersdeelnemer was of zich in de directe gevarenzone bevond. De wetgever acht de bestuurder van het motorvoertuig in beginsel bedacht op deze schade. Affectieschade, het verdriet om het overlijden van een naaste, blijft echter uitgesloten van vergoeding. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de verzekeraar en bevestigt het oordeel van het hof.
Uitkomst: Shockschade door confrontatie met ernstig ongeval komt voor vergoeding in aanmerking; affectieschade blijft uitgesloten.