Uitspraak
2 [eisende partij 1] ,
[eisende partij 2],
[eisende partij 3],
[eisende partij 4],
[eisende partij 5],
STICHTING KOMITE UTANG KEHORMATAN BELANDA,
2 [eisende partij 6] ,
[eisende partij 7],
[eisende partij 8],
[eisende partij 9],
[eisende partij 10],
[eisende partij 11],
[eisende partij 12],
[eisende partij 13],
STICHTING KOMITE UTANG KEHORMATAN BELANDA,
1.[eisende partij 15] ,
[eisende partij 16],
2.[eisende partij 17] ,
[eisende partij 18],
[eisende partij 19],
[eisende partij 20],
[eisende partij 21],
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 januari 2018 en de daarin genoemde stukken;
- de processen-verbaal van de getuigenverhoren op 3, 9, 17, 19, 24, 25 en 30 april 2018, 1 mei 2018, 25, 26 en 28 juni 2018, 2, 3, 5, 6 en 11 juli 2018, 18 en 23 oktober 2018 en 7 februari 2018;
- de conclusies na enquête van partijen;
- de aktes van partijen in de zaken [eisende partij 15] en [eisende partij 16] .
2.De verdere beoordeling
lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba ’opgesteld? Zijn hierop uitsluitend slachtoffers van een onrechtmatige executie vermeld, en zo ja, op grond waarvan trekt u die conclusie ? Zo niet, kunt u vaststellen of de op deze lijst vermelde vader van partij [eisende partij 5] ( [C] ) slachtoffer was van een onrechtmatige executie, en zo ja, op basis van welke concrete gegevens (anders dan alleen de eigen partijverklaring) komt u tot die conclusie ?
kanhoren, biedt deze bepaling naar het oordeel van de rechtbank ruimte voor het op andere wijze, door middel van ‘telehoren’, horen van een zich in het buitenland bevindende getuige. De getuigen zijn gehoord overeenkomstig de afspraken die de rechter-commissaris hierover met partijen heeft gemaakt tijdens de regiezitting van 12 februari 2018. Voor zover van belang houden deze afspraken het volgende in:
- tijdens de verhoren bevond de rechter-commissaris zich met de griffier, de advocaten van partijen, de tolk (Nederland/Bahasa Indonesia) en publiek zich in de zittingzaal in de rechtbank,
- de getuigen bevonden zich op de door partijen in onderling overleg geregelde locaties in Zuid-Sulawesi, Indonesië (Hotel Dalton te Makassar, de school Wisma Sang Surya te Bulukumba , een kantoor in Bonto Bangun, Resto Fly Over te Suppa , Hotel ‘M’ te Pinrang , het kantoor van het subdistrict te Kulo en een kantoor in Bulohole);
- de identiteit van de getuigen is vastgesteld door mevrouw [X] , die ook tijdens de verhoren aanwezig is geweest;
- de identiteit van de getuigen is vastgesteld door mevrouw [X] ,
- de verhoren vonden plaats via een een beveiligde digitale vergaderruimte (een zogenaamde MCU) van de rechtspraak en – in voorkomend geval toen die verbinding niet werkte – via skype;
- voldaan is aan de formaliteiten van artikel 177, lid 1 en 2, Rv, waarbij door alle getuigen de belofte is afgelegd;
- de vragen aan de getuigen en hun antwoorden op die vragen zijn letterlijk in het Nederlands weergegeven in de processen-verbaal van verhoor;
- de vragen zijn in het Nederlands gesteld en door de in de zittingzaal aanwezige tolk vertaald naar Bahasa Indonesia. De getuigen die Bahasa Indonesia spraken, hebben in die taal hun verklaring afgelegd, die naar het Nederlands is vertaald door de in de zittingzaal aanwezige tolk;
- voor de getuigen die Makassar of Boeginees spraken, zijn de vragen door de in Indonesië aanwezige tolk vertaald van het Bahasa Indonesia naar Makassar of Boeginees, waarop de getuigen hun verklaring in het Makassar of Boeginees hebben afgelegd. Die verklaring is door de in Indonesië aanwezige tolk vertaald naar Bahasa Indonesia en vervolgens door de in de zittingzaal aanwezige tolk van Bahasa Indonesia naar het Nederlands;
- in de zittingzaal hebben door de advocaten van de weduwen en de kinderen ingeschakelde uit Indonesië afkomstige promovendi/studenten (de vertaling van) hetgeen gezegd werd in Makkassar en Boeginees gecontroleerd en in voorkomend geval daarover opmerkingen gemaakt, die in de processen-verbaal van verhoor zijn genoteerd;
- de getuigen hebben hun verklaring niet ondertekend;
- de verklaringen zijn niet gedicteerd en voorgelezen;
- van het verhoor zijn beeld- en geluidsopnamen gemaakt, die zijn verstrekt aan partijen.
geïsoleerde, kleine Javaanse dorpsgemeenschappen van ongeletterde boeren [...] De wereld van deze mensen strekte zich uit tot het eigen dorp en hooguit enkele omliggende dorpen.”De weduwen en kinderen betogen dat dit evenzeer (zo niet méér) waar is voor hen en de gehoorde getuigen, die uit het minder welvarende Zuid-Sulawesi komen. Zij wijzen erop dat hun wereld destijds bijzonder klein was en dat vandaag de dag nog steeds is.
- Het kantoortje op het districtsereveld Taccorong was onbemand bij mijn bezoek. Er bestond geen kantoortje op de plaatselijke erevelden van Suppa en Tanete.
- De Dinas Sosial (Maatschappelijke Dienst) in Bulukumba heeft verantwoordelijkheid voor het ereveld Taccorong. Ik heb het kantoor van de Dinas Sosial benaderd met een verzoek om documenten betreffende de oprichting en de administratie van het ereveld. Van de functionaris daar kreeg ik echter te horen dat er de relevante documenten niet bewaard zijn.
- Verantwoordelijkheid voor het plaatselijke ereveld in Tanete is onduidelijk. Ik word verwezen naar de Dinas Sosial in Bulukumba , maar die Dienst ontkende verantwoordelijkheid te hebben voor dat ereveld.
- Het kan dus niet worden vastgesteld dat bij het (her)begraven op deze drie erebegraafplaatsen ten aanzien van iedere overledene nagegaan of hij slachtoffer was van een onrechtmatige executie voordat hij daar werd (her)begraven.
- Bij de erebegraafplaats Tanete zijn er geen schriftelijke aanwijzingen betreffende de omstandigheden waarin de overledene stierven.
- De ligging van de graven – rij om rij, enigszins verspreid in een uitgebreid veld – geeft de indruk dat het hier om herbegravingen gaat.
alledaar begraven mannen.
“slachtoffer van die 40.000 dodelijke slachtoffers”.Die 163 graven liggen naast elkaar. [getuige 2] heeft over deze graven verklaard:
Het is niet duidelijk wie is overleden in de strijd en wie is geëxecuteerd.”
- De locatie van de graven op de Erebegraafplaats Ganggawa Mario levert geen basis waarop een conclusie kan worden getrokken omtrent de manier van dood van de mensen die daar begraven zijn. De locatie sluit niet uit dat [O-1] / [O] , [P-1] / [P] , [Q-1] / [Q] en [R] standrechtelijk zijn geëxecuteerd, maar geeft geen aanleiding tot zo’n conclusie.
- De onbetrouwbaarheid van erebegraafplaatsen als historische bron wordt, mijns inziens, benadrukt door het feit dat het graf van [Q-1] op de Erebegraafplaats Ganggawa Mario duidelijk gemarkeerd is met een doodsjaar van 1967, wat niet klopt met andere bronnen.
- Ik heb zowel een aantal ambtenaren bij de Dinas Sosial in Bulukumba als het voormalige hoofd van de Legiun Veteran Republik Indonesia gevraagd over omstandigheden waaronder de lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba opgesteld is, maar het antwoord was altijd frustrerend vaag. Mijn conclusie is dat de lijst niet ineens is opgesteld maar dat hij geleidelijk vorm heeft gekregen door toevoegen (en eventueel weghalen) van namen.
- In 1994 is verschenen de notulen van een seminar over de geschiedenis van Bulukumba in de revolutiejaren, waarin opgenomen is een lijst van slachtoffers waarvan geschreven wordt, dat het in 1954 door de plaatselijk administratie van Bulukumba . Ik vind dat er geen reden is deze bewering te twijfelen, alhoewel het niet zeker is dat er geen wijzigingen in de lijst gebracht zijn in het overmaken naar de publicatie van 1994. The lijst is betiteld ‘Daftar Nama Korban 40.000 Perjuangan Kemerdekaan Bulukumba ’ (Namenlijst Slachtoffers 40.000 Slachtoffers in Bulukumba ). Bij elke naam wordt een civiele beroep vermeld. Om deze reden acht ik het waarschijnlijk dat deze lijst uitsluitend slachtoffers van onregelmatige executies meldt, en niet leden van leger or militie (die misschien op het slagveld gedood zijn). (…)
triangulationkan worden onderzocht of de vader van [eisende partij 3] inderdaad bij een standrechtelijke executie om het leven is gekomen. Bij die stand van zaken zag de rechtbank geen enkel aanknopingspunt om deze stelling als vaststaand te kunnen aanvaarden. Wel heeft de rechtbank aanleiding gezien om Cribb te vragen om te onderzoeken of, zoals [eisende partij 3] toen stelde, op of rond 14 januari 1947 onrechtmatige executies hebben plaatsgehad in de plaats die tegenwoordig kampong Coka wordt genoemd en of kan worden vastgesteld of haar vader, [M] , daarbij om het leven is gekomen.
15. Waar kwam deze man vandaan toen hij bij u aankwam?
alleslachtoffers van die massa-executie daar zijn begraven. Niet uitgesloten kan daarom worden dat – zoals [eisende partij 4] stelt – haar vader is doodgeschoten tijdens die massa-executie en buiten het ommuurde deel van de erebegraafplaats is begraven.
de zuidelijke kant van het kantoor van het hoofd van het subdistrict’en heeft verklaard dat zij van anderen heeft gehoord dat [G] is doodgeschoten tijdens de executies die aan haar zicht waren onttrokken door het kantoor waar zij met de vrouwen en kinderen zat. Hieruit kan alleen worden afgeleid dat [getuige 18] heeft gehoord dat [G] is doodgeschoten tijdens een executie, maar niet in welke plaats.
want het is alweer een hele tijd geleden” en dat hij om dezelfde reden niet meer weet in welk deel van het jaar het huwelijk plaatsvond. Ook wist hij niet meer hoe oud zij ongeveer was toen het huwelijk plaatsvond, en:
vrij lang” getrouwd zijn geweest.
ge-Rappokkallingt’. Zij stelt dat deze uitdrukking in de praktijk ziet op de massa-executies in Kalukuang die door het Nederlandse leger werden uitgevoerd, waar ook de bewoners van omliggende dorpen als Rappokalling bij werden betrokken. Zij verwijst hier naar de uitleg van Kouwagam, die ter zitting assisteerde met controle van de vertaalslag van en naar het Makkassaar, dat getuigen die over Rappokalling verklaren, de plaatsnaam niet (althans niet altijd) als geografische locatie gebruiken maar als een actie: ‘
ge-Rappokallingt’. De plaatsnaam wordt gebruikt als een werkwoord dat direct verband houdt met gebeurtenissen waarvan het algemeen bekend is dat die daar hebben plaatsgevonden. Aldus verklaart een getuige dus in feite dat iemand is ‘
ge-Rappokalingt’, aldus [eisende partij 16] , die voorts betoogt dat het in dit geval gaat om het feit dat het algemeen bekend is dat mensen die toen in Rappokalling waren, door het Nederlandse leger bijeen zijn gedreven en zijn doodgeschoten. [eisende partij 16] wijst erop dat (i) dit overeen komt met de schriftelijke verklaringen in het dossier en hetgeen uit de (Nederlandse) literatuur bekend is over de zuiveringsacties in Kalukuang eind 1946 en dat (ii) Rappokalling op korte afstand van Kalukuang ligt en (iii) het algemeen bekend is dat het Nederlandse leger bij zijn zuiveringsacties de plaatselijke bevolking – ook van omliggende dorpen – bijeen dreef naar een centrale executieplaats. [eisende partij 16] licht verder toe dat het haar niet bekend is hoeveel mensen op deze manier spreken over de gebeurtenissen in Rappokalling en omstreken, maar dat duidelijk is dat zij dat wel doet, daar waar zij verklaard heeft dat haar echtgenoot [U] was ‘
ge-Rappokallingt’.
‘(di) Rappokalingi’. De getuigen hebben verklaard over de plaats Rappokalling, en het woord Rappokalling is enkel een plaatsaanduiding, aldus de Staat.
ge-Rappokallingt’voor wat het is. Ook als wordt uitgegaan van de door [eisende partij 16] gegeven betekenis, bieden de getuigenverklaring van [getuige 23] en partijgetuigeverklaring van [eisende partij 16] te weinig concrete aanknopingspunten om als vaststaand aan te nemen dat [U] – zoals [eisende partij 16] stelt – eind 1946 door Nederlandse militairen is geëxecuteerd, na door Nederlandse militairen met andere dorpsbewoners te zijn samengedreven in de wijk Kalukuang van Makassar. Zij hebben geen van beiden gezien dat [U] werd doodgeschoten.
Hij is doodgeschoten en wij brachten hem toen hij al dood was.”Daaruit kan worden afgeleid dat [getuige 23] [U] heeft gezien nadat hij was gedood.
affectieschade. Immateriële schadevergoeding kan echter ook zien op vergoeding van
shockschade. Hierover heeft de rechtbank zich, zo blijkt uit de aangehaalde overwegingen, nog niet uitgelaten. Ook het hof heeft dat niet gedaan. Wel lijkt uit zijn rechtsoverwegingen 24 en 22 te volgen dat het hof de mogelijkheid van vergoeding van shockschade ambtshalve onder ogen heeft gezien, maar dat hij daarvoor in het tot dan toe gevoerde debat van partijen geen aanknopingspunt vond.
vanuit de jeep samen met mijn opa en de andere familie en toen werden ze rondjes gebracht en dan ook geslagen van achter en dan geschoten.
family lifethans wordt beschermd door artikel 8 EVRM Pro), acht de rechtbank het boven iedere twijfel verheven dat het op deze manier waarnemen van het doodschieten van zijn vader voor [eisende partij 1] een (zeer) traumatische gebeurtenis is geweest en dat hij ten gevolge daarvan psychisch ernstig heeft geleden. Tijdens het verhoor was de rechtbank bovendien duidelijk hoezeer dit enorme verdriet er nog altijd is.
- [eisende partij 1] : tot 1957, toen zijn moeder hertrouwde;
- [eisende partij 2] : tot 1963, toen hij 21 werd;
- [eisende partij 5] : tot 1953, toen zij 21 werd en ook trouwde.
- [eisende partij 1] ’s vader was woordvoerder (pabbicara) van [woonplaats 1] en was bovendien van adel. [eisende partij 1] stelt dat hij niet precies weet hoeveel zijn vader verdiende, ook omdat hij in de praktijk vanuit zijn positie als woordvoerder en zijn adellijke afkomst ook veel sociale status had, wat in de rurale gemeenschap waarin hij woonde bevorderlijk zou zijn geweest voor het welvaartsniveau van zijn gezin. Wel betekent zijn werk en afkomst dat hij een hoger inkomen zal hebben gehad dan de gemiddelde boer. [eisende partij 1] schat het jaarinkomen in 1947 op € 200 (200% van het gemiddelde inkomen van een boer);
- [eisende partij 2] vader was een goudsmid. Het is onbekend hoeveel [F] precies met zijn werk verdiende. Namens [eisende partij 2] is naar voren gebracht dat het meer zal zijn geweest dan een gemiddelde boer, niet in de laatste plaats nu hij zijn geld verdiende met het vervaardigen van sieraden van edelmetaal. Het jaarinkomen in 1947 wordt derhalve geschat op € 150 (150% van het gemiddelde inkomen van een boer);
- [eisende partij 5] Dg. Pabeta, de vader van [eisende partij 5] was vaccinateur en was dan ook ambtenaar in dienst van het gouvernement. [eisende partij 5] stelt dat ook zijn inkomsten daarom hoger zullen zijn geweest dan een gemiddelde boer. Zijn jaarinkomen in 1947 wordt geschat op € 175 (van 175% het gemiddelde inkomen van een boer).