ECLI:NL:PHR:2002:AD5809
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkopers aandelen geldzakvennootschappen met vervangingsreserve voor onbetaalde belastingschulden
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van verkopers van aandelen in vennootschappen met een vervangingsreserve, die na verkoop leeg zijn gehaald waardoor belastingschulden onbetaald bleven. De Staat en de Ontvanger vorderden schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de verkopers, die wisten of behoorden te weten dat de koper de vennootschappen zou leeghalen.
De Hoge Raad bespreekt de fiscale regeling omtrent vervangingsreserves en het misbruik daarvan door zogenaamde geldzak-BV's. De verkopers hadden in 1982-1983 aandelen verkocht in meerdere vennootschappen die voldoende liquide middelen hadden om belastingschulden te voldoen, maar die na verkoop werden leeggehaald. De Staat en Ontvanger stelden dat de verkopers onrechtmatig handelden door onvoldoende garanties te bedingen en door niet rekening te houden met het risico van verduistering.
Het hof had de vorderingen afgewezen, mede vanwege het ontbreken van terugwerkende kracht van artikel 40 Invorderingswet Pro 1990 voor transacties vóór 1 juni 1990. De Hoge Raad overweegt dat hoewel artikel 40 Iw Pro 1990 niet van toepassing is op transacties vóór die datum, een ongeschreven gedragsnorm die een verkoper aansprakelijk stelt indien hij wist of behoorde te weten dat de koper de vennootschap zou leeghalen, mogelijk wel bestond. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling van de subsidiaire grondslag, waarbij de wetenschap of het behoorde te weten van de verkoper centraal staat.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van aansprakelijkheid verkopers op grond van onrechtmatige daad.