ECLI:NL:PHR:2002:AD8198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende motivering bij machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene, een patiënt met chronische schizofrenie, verbleef op grond van een rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie verzocht om verlenging van deze machtiging tot voortgezet verblijf. De rechtbank verleende deze machtiging voor de duur van één jaar, maar gaf slechts een summiere motivering over het vereiste gevaar.
Betrokkene stelde cassatie in tegen deze beschikking, stellende dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd welk gevaar aanwezig werd geacht. De Hoge Raad overwoog dat hoewel een summiere motivering kan volstaan als de feiten uit de stukken duidelijk zijn, de rechtbank hier onvoldoende inzicht gaf in haar overwegingen. Er waren uiteenlopende standpunten over het gevaar, waaronder zelfverwaarlozing en gevaar voor derden, waarbij betrokkene zelf het gevaar betwistte.
De Hoge Raad concludeerde dat de motivering niet voldeed aan de eis dat de rechterlijke beslissing voldoende inzicht moet geven in de gedachtegang, vooral bij uiteenlopende standpunten. Daarom werd de beschikking vernietigd en de zaak verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.