ECLI:NL:HR:2000:AA7366
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering
De Officier van Justitie heeft bij de Rechtbank Amsterdam een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis gevorderd voor verzoeker. De Rechtbank heeft deze machtiging verleend, ingaande 29 april 2000 tot 21 oktober 2000. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat de machtiging een voorwaardelijke machtiging tot voortgezet verblijf betreft, die pas ten uitvoer kan worden gelegd indien verzoeker verdere medewerking aan noodzakelijke behandeling weigert. De beschikking had dit expliciet moeten vermelden en de Rechtbank had haar motivering omtrent het gevaar dat aan de machtiging ten grondslag ligt, duidelijk moeten uiteenzetten.
De Hoge Raad constateert dat de Rechtbank volstond met een standaardmotivering terwijl uit de geneeskundige verklaring en het verhoor bleek dat recent geen gevaar was opgetreden. De Rechtbank gaf geen inzicht in haar oordeel over het gevaar, waardoor de motivering onvoldoende is.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, met nadruk op een heldere motivering over het gevaar en de voorwaardelijkheid van de machtiging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam.