ECLI:NL:PHR:2002:AD8866
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bewijswaardering en proceskosten bij geweldpleging en afpersing
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging, poging tot afpersing en voortgezette afpersing, allen gepleegd door meerdere verenigde personen. Tevens werden schadevergoedingen en proceskosten aan de benadeelde partijen toegewezen.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen de bewijswaardering van verklaringen van een getuige die deels waren herroepen en tegen de omvang van de toegewezen proceskosten aan een benadeelde partij. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht is om nader te motiveren waarom het bepaalde verklaringen als betrouwbaar acht, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, wat hier niet het geval was.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat bij de begroting van proceskosten in strafzaken dezelfde maatstaven gelden als in civiele procedures, waarbij het Liquidatietarief slechts een richtlijn is en niet bindend. De toegewezen proceskosten aan de benadeelde partij waren niet onbegrijpelijk en behoefden geen nadere motivering.
Het cassatieberoep werd verworpen en het hofarrest bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met de veroordeling en proceskosten blijft in stand.