ECLI:NL:PHR:2002:AE2126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verwijderingsbevelen burgemeester Amsterdam op grond van APV-94
In deze zaak stond de vraag centraal of de verwijderingsbevelen van de burgemeester van Amsterdam, gegeven op grond van artikel 2.6 A van de Algemene Plaatselijke Verordening 1994 (APV-94), als wettelijk voorschrift in de zin van artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht (WvSr) kunnen worden aangemerkt. De verdachte was veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan deze bevelen, die hem verplichtten zich uit een door de burgemeester aangewezen noodgebied te verwijderen.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder dat de gemeenteraad niet bevoegd was om dergelijke voorschriften vast te stellen, dat de bevelen disproportioneel waren en dat er geen effectieve rechtsgang was tegen deze besluiten. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat de APV-94 een wettelijk voorschrift is, dat de burgemeester bevoegd is tot het geven van verwijderingsbevelen en dat de verdachte geen gebruik had gemaakt van de administratieve rechtsgang die openstond.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Raad stelde dat de gemeenteraad bevoegd is tot het vaststellen van de APV-94 en dat deze verordening niet inbreuk maakt op exclusieve bevoegdheden van de burgemeester. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de mandatering van de politie om de bevelen uit te voeren geen delegatie in de verboden zin is. De verwijderingsbevelen werden niet als disproportioneel beschouwd, gelet op de aard van de gedragingen van de verdachte en de noodzaak tot handhaving van de openbare orde.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde de veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van tien weken wegens het opzettelijk niet voldoen aan de verwijderingsbevelen. Hiermee werd de rechtmatigheid van de APV-94 en de bevoegdheden van de burgemeester bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens het opzettelijk niet voldoen aan verwijderingsbevelen op grond van artikel 2.6 A APV-94.