Conclusie
mandaatbesluitop te vatten als het uitoefenen van een
anderebevoegdheid dan in het besluit wordt genoemd, terwijl die bevoegdheid nu juist
nietzou zijn gemandateerd.” Daarbij vraagt hij zich af wat de Hoge Raad nu precies bedoelt met de overweging dat een bevel dat op de voet van art. 172 lid 3 Gemeentewet Pro wordt gegeven is aan te merken als “een wettelijk voorschrift in materiële zin”. Hij wijst er in navolging van Brouwers en Schilder op, dat als het gaat om het treffen van niet incidentele ordemaatregelen, gebruik moet worden gemaakt van de bepalingen in de democratisch gelegitimeerde gemeentelijke verordening. Daarnaast vraagt hij zich af hoeveel discretionaire ruimte een burgemeester politieambtenaren mag geven als er gehandeld wordt op grond van art. 172 lid 3 Gemeentewet Pro. Art. 177 lid 2 Gemeentewet Pro beoogt immers door het mandaatsverbod die discretionaire ruimte tegen te gaan.