ECLI:NL:PHR:2002:AE2639
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn en afwijzing getuigenverzoek
De verdachte is door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij verstek veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor opzettelijk onjuiste belastingaangifte en valsheid in geschrift. Tegen dit vonnis is cassatieberoep ingesteld.
Het eerste middel klaagt over de schending van het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de stukken meer dan acht maanden na het instellen van het cassatieberoep bij de Hoge Raad zijn ontvangen. De Hoge Raad constateert dat er twaalf maanden en twee weken zijn verstreken, wat een overschrijding betekent van vier maanden en twee weken zonder bijzondere omstandigheden. Daarom wordt de straf met 8% verminderd.
Het tweede middel betreft de afwijzing van een verzoek om een getuige te horen. De Hoge Raad overweegt dat een raadsman zonder uitdrukkelijke machtiging van de verdachte niet alle rechten kan uitoefenen, behalve het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid en het verzoeken om aanhouding. Het verzoek om de getuige op te roepen valt hier niet onder en is daarom terecht afgewezen. Dit middel blijft buiten behandeling.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf conform de redelijke termijn overschrijding. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Straf verminderd met 8% wegens overschrijding redelijke termijn; getuigenverzoek afgewezen.