ECLI:NL:PHR:2002:AE2642
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terbeschikkingstelling en dwangverpleging na zedendelicten met jonge kinderen
Verdachte is door het hof veroordeeld wegens ontucht met drie zeer jonge kinderen en ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Het hof motiveerde dit mede op basis van een psychiatrisch rapport dat een persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en recidivegevaar vaststelde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd bij het opleggen van de maatregel, waarbij rekening is gehouden met de ernst van de feiten en het strafrechtelijk verleden. Het middel dat het bevel onvoldoende zou zijn gemotiveerd faalt.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de vorderingen van de benadeelde partijen tot vergoeding van materiële schade niet toewijsbaar zijn omdat deze kosten niet als rechtstreeks geleden schade in de zin van artikel 51a Sv kunnen worden aangemerkt. Ook de klacht over schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) wordt verworpen.
De cassatieberoepen van verdachte en benadeelden worden verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging en wijst de cassatieberoepen af.