In deze zaak is verdachte ten laste gelegd dat hij op 16 oktober 2015 te Kerkrade met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een stroomkabel heeft weggenomen door middel van braak. Het hof 's-Hertogenbosch heeft de politierechterlijke uitspraak bevestigd en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan verdachte, waarbij ook kosten voor aanwezigheid bij de terechtzitting werden meegenomen.
De advocaat-generaal betoogt dat deze kosten niet als directe schade kunnen worden beschouwd, maar als proceskosten die via een aparte procedure kunnen worden vergoed. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en vernietigt het deel van de uitspraak dat betrekking heeft op de schadevergoedingsmaatregel, met name de vergoeding van de kosten voor aanwezigheid bij de zitting.
De bewezenverklaring van de diefstal wordt door de Hoge Raad bevestigd. Het bewijs berust op verklaringen van verdachte, getuigen, opsporingsambtenaren, GPS-tracking van de kabel en het aantreffen van de kabel en gereedschap in de auto van verdachte. De inconsistenties in de verklaring van verdachte en de nauwe tijds- en locatieband tussen de diefstal en het bezit van de kabel leiden tot de conclusie dat verdachte de diefstal heeft gepleegd.
De Hoge Raad benadrukt het belang van het zwijgrecht en wijst op het onjuist wegen van het feit dat verdachte pas ter zitting zijn verklaring aflegde. De Hoge Raad stelt dat het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor het bezit van het gestolen goed mede het bewijs vormt voor de diefstal.
De zaak wordt deels vernietigd en de Hoge Raad zal zelf een passende beslissing nemen over de schadevergoedingsmaatregel, waarbij de onterecht meegerekende proceskosten buiten beschouwing worden gelaten.