Conclusie
eerste middelklaagt dat dat een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd ten aanzien van kosten die volgens de steller van het middel vallen onder proceskosten, terwijl deze kosten niet gelden als rechtstreekse schade.
Vordering van de benadeelde partij [A] v.o.f.
€ 4.952,10 (vierduizend negenhonderdtweeënvijftig euro en tien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
59 (negenenvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
tweede middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de bewezenverklaarde diefstal (met braak) heeft gepleegd.