ECLI:NL:PHR:2002:AE3381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg en geldigheid van pandrecht op software en toekomstige vorderingen
Deze zaak betreft een geschil tussen ING Bank en de curator van First Line Medical Group B.V. over de vraag of ING Bank zich kan verhalen op het auteursrecht van het computerprogramma "Quest" dat door Group is verpand. ING Bank had een pandakte van 8 april 1993 gesloten, maar het hof oordeelde dat het pandrecht niet strekte tot zekerheid voor de eigen schulden van Group, omdat vóór 28 april 1993 geen kredietrelatie tussen ING Bank en Group bestond.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de uitleg van de titel van verpanding en onderscheidt de uitleg van de obligatoire overeenkomst en de goederenrechtelijke rechtshandeling. De Haviltex-maatstaf is van toepassing op de uitleg van de titel, maar moet worden toegepast met oog voor derdenbescherming en objectivering. De Hoge Raad bevestigt dat een pandrecht op software kan worden gevestigd bij onderhandse akte en dat de aanduiding "Quest" als softwarepakket voldoende is om het object van verpanding te bepalen.
Verder behandelt de Hoge Raad de problematiek rond toekomstige versies van software en toekomstige vorderingen waarvoor het pandrecht kan gelden. Ook wordt ingegaan op de praktische gevolgen van het pandrecht op software zonder pandrecht op gegevensdragers. Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.