ECLI:NL:PHR:2002:AE6324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het verschoningsrecht van een notaris als partijgetuige in voorlopig getuigenverhoor
In deze zaak gaat het om het verschoningsrecht van een notaris die als partijgetuige wordt gehoord in een voorlopig getuigenverhoor. De Coöperatieve Vereniging en de Herengrachtparkeerders vorderen informatie van de notaris over transacties met betrekking tot een parkeergarage, waarbij ook mogelijke aansprakelijkheid van de notaris aan de orde is.
De Hoge Raad bespreekt het functionele verschoningsrecht van de notaris, dat voortvloeit uit de geheimhoudingsplicht op grond van de Wet op het notarisambt en art. 191 lid 2 onder Pro b Rv. Dit recht is bedoeld om het maatschappelijk belang te beschermen dat cliënten vrijelijk advies kunnen vragen aan een notaris zonder vrees voor openbaarmaking.
De Hoge Raad stelt dat dit verschoningsrecht niet absoluut is en dat in gevallen waarin de notaris als partij betrokken is bij een procedure, het belang van waarheidsvinding en rechtsbescherming kan prevaleren. Het hof heeft geoordeeld dat de notaris als partijgetuige in beginsel een beroep op het verschoningsrecht toekomt, maar dat dit recht beperkt is voor vragen die niet als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd of die noodzakelijk zijn voor derden om hun rechtspositie te beoordelen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het verschoningsrecht moet worden toegepast met inachtneming van de belangenafweging tussen geheimhouding en waarheidsvinding. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de notaris heeft een beperkt functioneel verschoningsrecht als partijgetuige.