ECLI:NL:PHR:2002:ZC8086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardedaling recreatiewoning door wijziging gemeentelijk gedoogbeleid
Belanghebbende was eigenaar en gebruiker van een recreatiewoning met bestemming recreatief gebruik, waarbij permanente bewoning niet was toegestaan maar feitelijk werd gedoogd door de gemeente. Na een beleidswijziging die striktere handhaving aankondigde, stelde het College de WOZ-waarde van de woning vast op basis van de waardepeildatum 1 januari 1995.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de beschikking en voerde aan dat de beleidswijziging een waardedaling van circa 30% veroorzaakte. Het Hof Arnhem oordeelde dat een aanmerkelijke waardedaling door de beleidswijziging aannemelijk was en stelde de waarde bij het begin van het WOZ-tijdvak 1997/2000 lager vast, op basis van artikel 19 lid 1 sub c Wet Pro WOZ.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof onterecht het begrip 'feit van algemene bekendheid' gebruikte en dat het Hof de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen zonder voldoende motivering terzijde heeft gesteld. De Hoge Raad benadrukt dat conversie van een primaire beschikking in een wijzigingsbeschikking niet mogelijk is, maar dat in dit geval de beschikking als wijzigingsbeschikking had kunnen worden gekwalificeerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij een deskundigenbericht kan worden ingewonnen om een betere waarborg voor een goede beslissing te bieden. Tevens bespreekt de Hoge Raad de wetswijzigingen en beleidsmatige aspecten rond bijzondere omstandigheden en waardeveranderingen in de Wet WOZ.
Uitkomst: Arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling met mogelijk deskundigenbericht.