ECLI:NL:PHR:2003:AF2292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na rechtmatige strafvorderlijke inbeslagneming en onttrekking aan het verkeer van eigendom
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding van de Staat wegens de inbeslagneming en vernietiging van partijen fruit in blik, eigendom van eiseres, op grond van een strafvorderlijke maatregel. De inbeslagneming vond plaats in 1991, gevolgd door een onttrekking aan het verkeer na een strafzaak tegen Xenos, mede-eigenaar van de goederen. Eiseres werd vrijgesproken in haar strafzaak, maar de goederen werden vernietigd binnen de wettelijke bewaartermijn.
De rechtbank wees de vordering af omdat de inbeslagneming rechtmatig was geschied en eiseres geen schade had geleden door het niet voldoen aan de last tot teruggave, aangezien de goederen toen al waardeloos waren. Het hof bekrachtigde dit oordeel. Eiseres stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening hield met haar vrijspraak en de mogelijkheid dat zij onevenredige schade had geleden.
De Hoge Raad bevestigt dat een rechtmatige inbeslagneming en onttrekking aan het verkeer niet automatisch een onrechtmatige daad oplevert jegens een derde-belanghebbende zoals eiseres. Wel is het mogelijk dat onevenredige schade, die buiten het normale maatschappelijke risico valt, vergoeding verdient op grond van het égalitébeginsel. De zaak wordt daarom vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar de vraag of sprake is van een schending van dit beginsel. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de waardering van schade op het moment van onherroepelijke last tot teruggave niet in strijd is met het wettelijke stelsel.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar onevenredige schadevergoeding op grond van het égalitébeginsel.