ECLI:NL:PHR:2003:AF5704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens schending verdedigingsrechten bij bewijsvoering seksueel misbruik
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's Hertogenbosch veroordeeld wegens ontucht met zijn minderjarige zoon. De veroordeling was gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer die in een verhoorstudio waren opgenomen, en op verklaringen van een naaste familielid en getuigen. De verdediging verzocht om het slachtoffer als getuige te horen of om een deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaring, hetgeen werd afgewezen.
Het hof achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en vond voldoende steun in andere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de grootmoeder. De verhoren waren opgenomen volgens richtlijnen van het College van Procureurs-Generaal en de verdediging kon de verklaringen betwisten aan de hand van transcripties.
De Hoge Raad overweegt dat het gebruik van verklaringen waarop de verdediging geen directe ondervraging kon uitvoeren, in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, tenzij deze verklaringen voldoende worden ondersteund door ander bewijs. In deze zaak was de verklaring van het slachtoffer het enige directe bewijs en de verdediging kreeg geen gelegenheid het slachtoffer te ondervragen, noch werd de videoband ter zitting afgespeeld.
De Hoge Raad concludeert dat de verdediging onvoldoende is gewaarborgd en dat de afwijzing van het verzoek tot het horen van het slachtoffer en het deskundigenonderzoek niet verenigbaar is met artikel 6 EVRM Pro. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van artikel 6 EVRM en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.