ECLI:NL:PHR:2003:AF6689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid verkoper voor verborgen betonrot ondanks onbekendheid
In deze zaak ging het om de verkoop van een woning waarvan enkele jaren na de overdracht ernstige betonrot in de vloer werd ontdekt. De kopers vorderden schadevergoeding van de verkopers op grond van een conformiteitsgarantie in de koopovereenkomst, waarin was vastgelegd dat de woning geschikt moest zijn voor normaal gebruik als woonhuis.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de verkopers niet aansprakelijk waren omdat het gebrek zich niet manifesteerde in concrete overlast die het normaal gebruik onmogelijk maakte, mede omdat de woning jarenlang zonder problemen was bewoond. Het hof stelde echter vast dat de betonrot een ernstig verborgen gebrek vormde dat redelijkerwijs binnen afzienbare tijd hersteld moest worden, waardoor het normaal gebruik werd belemmerd.
De verkopers stelden cassatie in en voerden aan dat zij niet aansprakelijk konden worden gehouden voor verborgen gebreken waarvan zij niet op de hoogte waren en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom zij de afwezigheid van het verborgen gebrek hadden gegarandeerd. De Hoge Raad verwierp dit middel, overwegende dat het eigen is aan een conformiteitsgarantie dat de verkoper aansprakelijkheid aanvaardt, ook voor onbekende verborgen gebreken. Het middel faalde bovendien omdat het geen concrete rechtsvragen aan de orde stelde en niet voldeed aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatiemiddel niet-ontvankelijk en bevestigt de aansprakelijkheid van de verkopers voor het verborgen betonrot.