ECLI:NL:HR:2000:AA4606
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en schadevergoeding bij bodemverontreiniging woonboerderij
De zaak betreft een geschil tussen een verkoper en kopers over een koopovereenkomst van een woonboerderij met omliggende grond, waarbij bodemverontreiniging werd vastgesteld na het sluiten van de overeenkomst. De koper verscheen niet bij de notaris op de leveringsdatum vanwege de verontreiniging, wat leidde tot een conflict over de ontbinding, vernietiging en schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen van de verkoper af en kende hem schadevergoeding toe wegens tekortkoming van de kopers. Het hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en wees de vordering van de verkoper af, terwijl het de vordering van de kopers toewijst. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de kopers niet tekortgeschoten zouden zijn in hun nakoming en vernietigt het arrest.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 5.4 van de koopovereenkomst de garantie uit artikel 5.3 niet beperkt en dat de verkoper onvoldoende is geïnformeerd over de bodemverontreiniging. De zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.