ECLI:NL:PHR:2003:AF7935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-rechtsgeldige milieubeheervergunning bij overtreding voorschriften varkenshouderij
In deze zaak stond centraal of het handelen van verdachte in strijd met voorschriften van een milieubeheervergunning strafbaar was, terwijl de vergunning later bestuursrechtelijk werd vernietigd. Het Gerechtshof Arnhem sprak verdachte vrij, omdat de vergunning van 27 april 1999 met terugwerkende kracht was vernietigd en daardoor niet rechtsgeldig was. De Hoge Raad bevestigde deze vrijspraak.
De zaak betrof een varkenshouderij waarvoor vergunningen waren verleend in 1996 en 1999. De vergunning van 1996 was eerder vernietigd, maar met behoud van rechtsgevolgen. De vergunning van 1999 werd in 2001 vernietigd. Verdachte werd beschuldigd van overtredingen van de voorschriften van deze vergunningen, waaronder het houden van meer varkens dan toegestaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de strafrechter zich moet richten naar het gezag van de bestuursrechter over de geldigheid van het besluit. Indien een vergunning onherroepelijk is vernietigd, kan niet meer bewezen worden dat overtredingen van die vergunning strafbaar zijn. Dit geldt ook als de overtredingen vóór de vernietiging plaatsvonden. De reden van vernietiging (inhoudelijk of procedureel) doet niet ter zake.
De Hoge Raad verwierp ook het verweer dat het ontbreken van de vergunning uit 1996 in de processtukken tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zou moeten leiden. De vrijspraak was niet anders dan bedoeld in de wet. Het cassatieberoep van de advocaat-generaal werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat de bestuursrechtelijke vernietiging van de milieubeheervergunning strafrechtelijke vervolging uitsluit.