ECLI:NL:HR:2003:AF7935
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-rechtsgeldige milieuvergunning bij varkenshouderij
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen verdachte die werd beschuldigd van het overtreden van voorschriften verbonden aan een milieuvergunning voor een varkensfokkerij en -mesterij. Het Gerechtshof Arnhem sprak verdachte vrij omdat de betreffende vergunning van 27 april 1999 met terugwerkende kracht door de Raad van State was vernietigd, waardoor deze niet rechtsgeldig was.
Het hof oordeelde dat het niet bewezen was dat verdachte handelde in strijd met een rechtsgeldige vergunning en sprak verdachte ook vrij van het subsidiair tenlastegelegde, mede omdat de oudere vergunning van 30 juli 1996 niet in het proces aanwezig was.
De Advocaat-Generaal stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof niet van de grondslag van de tenlastelegging was afgeweken en dat de vrijspraak niet anders was dan bedoeld in art. 430 Sv Pro. Daarom verklaarde de Hoge Raad de Advocaat-Generaal niet-ontvankelijk in het beroep.
De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van een rechtsgeldige vergunning een rechtsgeldige grond kan vormen voor vrijspraak in milieustrafzaken. De procedure benadrukt het belang van de geldigheid van bestuursrechtelijke besluiten in strafrechtelijke vervolgingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens het ontbreken van een rechtsgeldige milieuvergunning.