ECLI:NL:PHR:2003:AH9339
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepasselijkheid arbitragebeding in UAV bij bouwcontract op Curaçao
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een particulier en een professionele aannemer over de toepasselijkheid van het arbitragebeding in de Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV) 1989 bij een koop- en aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woonhuis op Curaçao.
De overeenkomst verwees naar "specifications and instructions as mentioned in the UAV 1989 with local modifications". De eiser stelde dat dit slechts betrekking had op technische bepalingen en niet op het arbitragebeding, terwijl de verweerder meende dat de gehele UAV, inclusief het arbitragebeding, van toepassing was.
De lagere rechterlijke instanties oordeelden dat het arbitragebeding niet van toepassing was omdat het niet expliciet was overeengekomen en de bewoordingen van de overeenkomst dit niet wezenlijk omvatten. Ook werd geoordeeld dat het hoger beroep tegen een deelvonnis mogelijk was zonder voorafgaande vergunning, mede omdat het deelvonnis zowel een eindvonnis- als tussenvonniscomponent bevatte.
De Hoge Raad bevestigde deze interpretatie en verwierp het cassatieberoep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de vordering van de aannemer tot vergoeding van onproductieve uren niet toewijsbaar was, omdat zij niet tijdig was gemeld conform art. 6 lid 15 UAV Pro.
De uitspraak benadrukt het belang van expliciete overeenstemming over arbitragebedingen en de juiste toepassing van procesrechtelijke regels omtrent hoger beroep bij deelvonnissen.
Uitkomst: Het arbitragebeding uit de UAV is niet van toepassing en de vordering wegens onproductieve uren wordt afgewezen.