ECLI:NL:PHR:2003:AH9995
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid ondanks vernietiging zedenset en bevestigt arts-patiëntrelatie bij ontucht
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en geen straf werd opgelegd voor ontucht als arts met een patiëntrelatie.
De verdediging had verzocht om nader forensisch onderzoek aan de zedenset, met name naar sporen van glijmiddel, om de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster te betwisten. Deze zedenset was echter vernietigd voordat het onderzoek kon plaatsvinden. De Hoge Raad oordeelde dat deze vernietiging onregelmatig en onrechtmatig was, maar niet met zodanige grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte dat het OM niet ontvankelijk verklaard moest worden.
Daarnaast werd betwist of verdachte nog als arts kon worden aangemerkt ten tijde van de seksuele handelingen. De Hoge Raad bevestigde dat ondanks het vertrek van de aangeefster naar Nederland en het ontbreken van een BIG-registratie, de arts-patiëntrelatie voortduurde vanwege het voortgezette contact en eerdere behandelrelatie. Het hof had terecht geoordeeld dat de seksuele handelingen ontucht waren binnen deze relatie.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde het arrest van het hof. Er was geen sprake van een schending van het recht op een eerlijk proces, en de bewijswaardering omtrent de aard van de relatie en de ontucht werd als begrijpelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.