ECLI:NL:PHR:2004:AL8260
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en grenzen van het gelijkheidsbeginsel bij fiscale behandeling van CDK-spaarbiljetten
De zaak betreft een cassatieberoep van de erven van wijlen X-1 tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de fiscale behandeling van CDK-spaarbiljetten in de inkomstenbelasting.
De kern van het geschil is of sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen in strijd met het gelijkheidsbeginsel, doordat de Belastingdienst in sommige gevallen geen belasting heeft geheven op CDK-spaarbiljetten, terwijl bij de erven wel aanslag is opgelegd. Het Hof oordeelde dat geen sprake was van begunstigend beleid, maar van fouten bij de renseignering door een landelijk orgaan, en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het Hof de bewijslast onjuist heeft verdeeld door de last bij de belanghebbenden te leggen om begunstigend beleid aan te tonen, terwijl dit op de inspecteur rust. Ook is onvoldoende onderzocht of sprake is van landelijk gecoördineerd beleid of een oogmerk van begunstiging. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander Hof voor een volledige beoordeling van deze punten.
De conclusie bevat een uitgebreide analyse van het gelijkheidsbeginsel, de toepassingsvoorwaarden van begunstigend beleid, de meerderheidsregel, en de gevolgen van de reorganisatie van de Belastingdienst voor de toepassing van deze beginselen. Tevens wordt ingegaan op de bewijslastverdeling en het vertrouwensbeginsel.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het Hof, met verwijzing voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar begunstigend beleid en bewijslastverdeling.