ECLI:NL:PHR:2004:AN7544
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen verrekening buitenlandse detentie bij vaststelling voorwaardelijke invrijheidstelling
Eiser werd veroordeeld tot een gevangenisstraf door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba voor feiten gepleegd op St. Kitts. Hij was eerder in voorlopige hechtenis geweest in St. Kitts, maar deze periode werd niet verrekend bij de vaststelling van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) in de Nederlandse Antillen.
Eiser vorderde in kort geding dat deze buitenlandse detentieperiode zou worden meegerekend bij de berekening van zijn v.i.-datum en dat hij als ingezetene van de Nederlandse Antillen zou worden behandeld, onder meer om uitzetting naar St. Kitts te voorkomen. Zowel de rechtbank als het hof wezen deze vorderingen af, waarbij het hof oordeelde dat wettelijke bepalingen zoals art. 18 en Pro 31 WvSr NA geen grond bieden voor verrekening van detentie zonder uitleveringsverzoek.
De Hoge Raad bevestigt dat de detentie te St. Kitts niet meetelt bij de berekening van de v.i.-datum omdat deze detentie niet krachtens een uitleveringsverzoek is ondergaan. Tevens is het niet onrechtmatig dat het Land de verwijdering van eiser na zijn strafuitzetting kan toestaan indien hij niet over een geldige verblijfstitel beschikt, ondanks het risico van uitzetting naar een land waar de doodstraf dreigt.
De klachten van eiser over schending van het ne-bis-in-idem-beginsel en het EVRM worden verworpen. Ook de vordering tot weekendverlof wordt afgewezen als prematuur. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De buitenlandse detentieperiode wordt niet verrekend bij de vaststelling van de voorwaardelijke invrijheidstelling en eiser wordt niet als ingezetene behandeld na strafuitzetting.