5. De feiten in genoemde bijlage laten zich als volgt samenvatten.
Op 2 oktober 201 werden op de Detroit luchthaven [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] aangehouden vanwege de vondst van in totaal 11.081 XTC-pillen (pillen die MDMA bevatten). Deze pillen waren met tape en verband op hun benen bevestigd. Uit nader onderzoek volgde dat de opgeëiste persoon en [betrokkene 4] een smokkelorganisatie uitbaatten die belangrijke hoeveelheden XTC vanuit Amsterdam in de Verenigde Staten invoerde. De Amerikaanse douane heeft ten minste acht gelegenheden achterhaald waarbij de opgeëiste persoon en [betrokkene 4] XTC smokkelden of lieten smokkelen. De beëdigde vertaling van genoemde bijlage houdt ten aanzien van die gelegenheden het volgende in:
"[betrokkene 3] was bijvoorbeeld in dienst genomen om XTC voor 10.000 dollar naar de Verenigde Staten te smokkelen. In september/oktober 2001 reisde [betrokkene 3] in gezelschap van [betrokkene 5], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] naar Amsterdam om er volgens instructies van [betrokkene 4] XTC te ontvangen. Na hun aankomst in Amsterdam reisden ze naar Utrecht waar ze de kamers 231 en 232 van het Malie hotel betrokken. [Betrokkene 5] en [betrokkene 2] verkregen de XTC van een Nederlandse onderdaan [de opgeëiste persoon] genaamd (de spelling in het Engels voor de naam in het Nederlands). [Betrokkene 3] was op dat ogenblik niet vertrouwd met zijn familienaam. [Betrokkene 3] meldde dat [betrokkene 5] [de opgeëiste persoon] kende van een eerdere drugsmokkelreis naar Amsterdam. [Betrokkene 5] en [betrokkene 3] brachten de XTC terug naar hun hotelkamer in het Malie-hotel waarna [betrokkene 5], [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 3] de XTC met behulp van een vacuümpomp herpakten. Eenmaal de XTC herpakt werd het aan de benen van [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 3] vastgehecht. Na het vasthechten aan hun benen stopten [betrokkene 3], [betrokkene 5], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in [de opgeëiste persoon]s appartement om afscheid te nemen vooraleer terug naar de Verenigde Staten te vertrekken.
[De opgeëiste persoon] wenste hen "veel geluk" met hun aanstaande smokkelpoging. [Betrokkene 3] identificeerde een foto van [de opgeëiste persoon] als zijnde het individu hem bekend als [de opgeëiste persoon]. Ook [betrokkene 1] werd in dienst genomen door [betrokkene 4] om XTC tegen 10.000 dollar per trip in de Verenigde Staten binnen te smokkelen. In september 2001 reisden [betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 5] naar Amsterdam om er XTC te verkrijgen. [Betrokkene 4] was eerder dan [betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 5] naar Amsterdam gereisd om er de aankoop van XTC te regelen met een individu wiens naam [betrokkene 1] uitsprak als [de opgeëiste persoon] (later geïdentificeerd als [de opgeëiste persoon]). [Betrokkene 5] had [de opgeëiste persoon] tijdens een eerdere drugsmokkelreis naar Amsterdam ontmoet. Na aankomst in het Malie hotel in Utrecht, Nederland, ontmoetten [betrokkene 5] en [betrokkene 2] [de opgeëiste persoon] en kochten de XTC-pillen van hem voor 1,5 gulden per pil. Nadat [betrokkene 5] en [betrokkene 2] de XTC verkregen brachten ze de pillen terug naar het Malie-hotel en herpakten ze de pillen met een vacuümpomp. De pillen werden dan op de benen van [betrokkene 3], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vastgehecht. [Betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] verlieten dan Amsterdam voor de Verenigde Staten, maar werden later aangehouden. [Betrokkene 1] vertelde dat [de opgeëiste persoon] drugdeals ongeveer elke drie maanden verrichtte om "vlug geld" te maken. [Betrokkene 5] en [betrokkene 4] kochten steeds hun XTC van [de opgeëiste persoon] aan.
[Betrokkene 2] werd ook door [betrokkene 4] in dienst genomen om XTC van Amsterdam naar de Verenigde Staten te smokkelen voor 10.000 dollar per reis. In september/oktober 2001 reisden [betrokkene 5], [betrokkene 3], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] naar Amsterdam om er XTC te verkrijgen. Na aankomst in Amsterdam kregen [betrokkene 5], [betrokkene 3], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] twee kamers in het Malie-hotel in Utrecht, Nederland. Na toewijzing van de hotelkamers ontmoetten [betrokkene 5] en Walter [de opgeëiste persoon], die de levering coördineerde van meer dan 11.000 XTC-pillen. De XTC werd terug naar de kamer in het Malie-hotel luchtledig afgesloten en op de benen van [betrokkene 3], [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vastgehecht. [Betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] verlieten dan Amsterdam voor de Verenigde Staten, waar ze later werden aangehouden.
[Betrokkene 5] was sinds geruime tijd bij het smokkelen van XTC van Amsterdam naar de Verenigde Staten betrokken in associatie met [betrokkene 4] en [de opgeëiste persoon] (voor [betrokkene 5] gekend als [de opgeëiste persoon]). In september 2001 reisde [betrokkene 4] naar Amsterdam ten einde de aankoop van een grote hoeveelheid XTC met [de opgeëiste persoon] te regelen. [Betrokkene 4] reisde met een grote hoeveelheid Amerikaans geld dat gebruikt moest worden voor de aankoop van drugs. Na aankomst in Amsterdam wisselden [betrokkene 4] en [de opgeëiste persoon] het Amerikaans geld om tegen guldens. [Betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] werden in dienst genomen door [betrokkene 4] om de drugs van Amsterdam naar de Verenigde Staten te brengen. [Betrokkene 5] werd door [betrokkene 4] in dienst genomen om het smokkelen van XTC te vergemakkelijken door met de koeriers te reizen en de nodige stappen te ondernemen zodat alles rimpelloos zou verlopen. [Betrokkene 4] had schikkingen getroffen met [betrokkene 5], [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] om ongeveer een week na zijn aankomst in Amsterdam aan te komen. [Betrokkene 4] verklaarde dat hij "niet met de koeriers wilde knoeien"; dat was [betrokkene 5]'s taak.
Na de terroristische aanslag tegen de World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington, D.C. op 11 september 2001 moest de reis van [betrokkene 5], [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] herschikt worden. [Betrokkene 4] keerde naar de Verenigde Staten terug vóór [betrokkene 5] en de anderen in staat waren om op hun geregelde vlucht naar Amsterdam te vertrekken. [Betrokkene 4] ontmoette [betrokkene 5] in de Verenigde Staten en gaf hem 20.000 guldens die hij en [de opgeëiste persoon] voor dollars hadden gewisseld toen [betrokkene 4] in Amsterdam was. [Betrokkene 4] gaf aan [betrokkene 5] instructies dat hij al eerder 5.000 guldens bij [de opgeëiste persoon] in Amsterdam had gelaten en dat [betrokkene 5] de 20.000 guldens met hem moest brengen wanneer hij naar Amsterdam reisde om XTC te verkrijgen. Op 28 september 2001 reisde [betrokkene 5] met [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] naar Amsterdam en kreeg twee hotelkamers in het Malie-hotel in Utrecht, Nederland. [Betrokkene 5] en [betrokkene 2] ontmoetten dan [de opgeëiste persoon] en kochten meer dan 11.000 XTC-tabletten. Na het verkrijgen van de pillen werden ze terug naar het Malie-hotel gebracht en luchtledig verpakt en op de benen van [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [betrokkene 1] vastgehecht, die dan nadien poogden deze drugs zonder succes in de Verenigde Staten binnen te brengen.
[Betrokkene 5] vertelde dat [de opgeëiste persoon] 10.000 dollars betaald werd telkenmale hij een XTC-aankoop voor [betrokkene 4] organiseert.
Een beoordeling van de telefoonuittreksels heeft aangetoond dat talrijke telefoongesprekken plaatsgrepen tussen [betrokkene 4]s verblijf en [de opgeëiste persoon]s telefoon in Nederland. Bovendien tonen reisdocumenten aan dat [de opgeëiste persoon] in 2000 naar de Verenigde Staten reisde en dat hij [betrokkene 4]s adres zijnde [a-straat 1], [plaats] opgaf als het adres dat hij bezocht in de Verenigde Staten."