ECLI:NL:HR:2004:AO4255
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering voor drugssmokkel en deelname criminele organisatie
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten vanwege betrokkenheid bij het smokkelen van grote hoeveelheden XTC en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank Utrecht verklaarde de uitlevering toelaatbaar, mede op grond van art. 140 Sr Pro, dat deelname aan een organisatie met het oogmerk misdrijven te plegen strafbaar stelt.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de opgeëiste persoon verworpen. De Hoge Raad overwoog dat het vereiste van dubbele strafbaarheid niet vereist dat de Nederlandse strafbepaling en de Amerikaanse strafbepaling exact overeenkomen. Het materiële feit moet binnen de reikwijdte van een Nederlandse strafbepaling vallen, wat hier het geval is met art. 140 Sr Pro.
De feiten betreffen het smokkelen van meer dan 11.000 XTC-pillen via koeriers die de drugs op hun lichaam verborgen, en het leiden van een smokkelorganisatie. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat deze feiten strafbaar zijn gesteld in zowel Nederland als de Verenigde Staten. Het beroep faalt ook omdat de overige middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de uitlevering en onderstreept de ruime uitleg van het begrip dubbele strafbaarheid in het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering aan de Verenigde Staten wegens drugssmokkel en deelname aan een criminele organisatie.