ECLI:NL:PHR:2004:AO6015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijslastverdeling bij intercompany-vordering in aandelentransactie
In deze zaak staat een geschil centraal tussen D&R Software en haar moedermaatschappij D&R Holding over een intercompany-vordering van ƒ 1.684.000,-- die voortvloeit uit een aandelentransactie met Utimaco Safeware. De koopprijs van ƒ 1.788.000,-- was gebaseerd op een due diligence rapport van Price Waterhouse en omvatte verrekeningen van vorderingen en schulden, waaronder de intercompany-vordering.
D&R Software vorderde betaling van deze vordering van D&R Holding, die stelde dat zij na betaling van de koopprijs geen verdere verplichtingen had. De rechtbank wees een deel van de vordering toe, maar het hof verklaarde het hoger beroep van D&R Holding niet-ontvankelijk, vernietigde het vonnis en wees de vordering af. Het hof baseerde zich daarbij op een bewijslastverdeling die D&R Software belastte met het bewijs van de vordering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door te veronderstellen dat D&R Software in hoger beroep incidenteel had moeten appelleren tegen tussenvonnissen en dat de bewijslastverdeling van de rechtbank zonder meer moest worden overgenomen. De Hoge Raad stelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest, verwijzend voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.