ECLI:NL:PHR:2004:AP4260
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens wederrechtelijk binnendringen in bibliotheek van Erasmus Universiteit
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens het wederrechtelijk binnendringen op 5 en 11 oktober 2001 in de bibliotheek van de Erasmus Universiteit te Rotterdam, een lokaal bestemd voor de openbare dienst. De verdachte had een door het college van bestuur opgelegd toegangverbod voor onbepaalde tijd, waarvan hij op de hoogte was en dat hij niet had aangevochten.
De verdediging voerde aan dat de bibliotheek geen voor de openbare dienst bestemd lokaal was en dat sprake was van particulier terrein, wat volgens het hof niet juist was. Ook werd betoogd dat er geen sprake was van binnendringen in de zin van artikel 139 Sr Pro, omdat het enkel aanwezig zijn niet voldoende zou zijn. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat binnendringen het betreden tegen de wil van de beheerder inhoudt, wat hier was vastgesteld.
Verder werd aangevoerd dat het betredingsverbod onredelijk lang en onrechtmatig was, maar het hof oordeelde dat het verbod rechtsgeldig was en dat de verdachte de mogelijkheid had om dit aan te vechten, wat hij niet had gedaan. Het hof verwierp ook het verweer dat het zich niet verwijderen op vordering van een bevoegde ambtenaar cumulatief bewezen moest worden voor strafbaarheid.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De bibliotheek van de Erasmus Universiteit werd als een voor de openbare dienst bestemd lokaal aangemerkt en het wederrechtelijk binnendringen werd bewezen geacht. De verweren van de verdachte faalden, en het vonnis tot een geldboete van €250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis, bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis wegens wederrechtelijk binnendringen in de bibliotheek van de Erasmus Universiteit.