ECLI:NL:HR:2003:AG2651
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vervangende hechtenis bij ontneming wegens onjuiste adresoproeping
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan betrokkene ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was opgelegd, met subsidiair vervangende hechtenis. De oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep vermeldde onjuist het adres van de Rechtbank in plaats van het Gerechtshof. Betrokkene was hierdoor niet op de juiste locatie aanwezig, waarna het hof verstek verleende.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel het niet correct vermelden van het adres van het gerecht in de oproeping niet automatisch nietigheid veroorzaakt, het in dit geval wel tot nietigheid leidt tenzij de belangen van betrokkene niet zijn geschaad. Het hof had de terechtzitting onderbroken om betrokkene alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn, en betrokkene was op de hoogte van het juiste adres, maar verscheen niet.
De Hoge Raad oordeelt dat betrokkene niet in zijn belangen is geschaad door de onjuiste adresvermelding en verwerpt het middel dat het hof ten onrechte verstek verleende. Wel vernietigt de Hoge Raad ambtshalve het deel van de uitspraak waarin vervangende hechtenis is opgelegd, omdat op de zaak het nieuwe art. 577c Sv van toepassing is dat geen vervangende hechtenis toestaat bij ontneming.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de geldigheid van de ontnemingsmaatregel, maar vernietigt het gedeelte over vervangende hechtenis. Het arrest is gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad op 14 oktober 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest over vervangende hechtenis wegens onjuiste adresoproeping, maar verwerpt het cassatieberoep verder.