ECLI:NL:PHR:2004:AR3298
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overgang onderneming en toewijzing immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige uitlatingen
In deze zaak staat centraal de vraag of sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro. [Verweerder] vorderde een verklaring voor recht dat hij door overgang van onderneming bij [Eiseres] in dienst is gekomen, betaling van loon en een schadevergoeding wegens belediging. De rechtbank stelde vast dat [Eiseres] per 1 januari 2000 de bedrijfsruimte en inventaris van [A] zonder onderbreking in gebruik nam, dat een deel van het personeel overging en dat een substantieel deel van de klanten werd voortgezet. Op grond hiervan oordeelde zij dat sprake was van overgang van onderneming.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank terecht alle omstandigheden in samenhang heeft beoordeeld en dat de vaststellingen niet onbegrijpelijk zijn. De Hoge Raad verwijst uitvoerig naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over het begrip overgang, waarbij de identiteit van de economische eenheid centraal staat. Ook de immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens onrechtmatige uitlatingen van [Eiseres] jegens [Verweerder] wordt bevestigd, waarbij de Hoge Raad overweegt dat de rechter ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de vaststelling van immateriële schade.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van [Eiseres] af en bevestigt het vonnis van de rechtbank dat de overgang van onderneming heeft plaatsgevonden en dat de immateriële schadevergoeding toekomt. Hiermee is de rechtspositie van [Verweerder] als werknemer bij [Eiseres] bevestigd en is de onrechtmatige proceshouding van [Eiseres] in de procedure erkend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de overgang van onderneming en wijst de immateriële schadevergoeding toe; het cassatieberoep wordt verworpen.