ECLI:NL:HR:2004:AR3298
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Overgang onderneming en onrechtmatige beschuldiging in arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal of sprake was van overgang van onderneming van [A] B.V. naar [eiseres], waarbij [verweerder] als werknemer aanspraak maakte op voortzetting van zijn arbeidsovereenkomst en betaling van loon en emolumenten. De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de overgang van onderneming had plaatsgevonden, waarbij [verweerder] van rechtswege in dienst was gekomen bij [eiseres]. Tevens werd [eiseres] veroordeeld tot betaling van loon, emolumenten, dwangsommen en een immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatige beschuldiging van vervalsing.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van de lagere rechters dat sprake was van overgang van een economische eenheid met behoud van identiteit, waarbij alle feitelijke omstandigheden in samenhang waren bezien. Ook het oordeel dat de beschuldiging van vervalsing onrechtmatig was, werd bevestigd. Het beroep van [eiseres] werd verworpen.
De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 7:662 BW Pro (oud) en de Europese richtlijn 77/187 inzake overgang van ondernemingen. De Hoge Raad benadrukte dat de overgang niet afhankelijk is van een formele overeenkomst maar van voortzetting van activiteiten en behoud van identiteit. De zaak illustreert de bescherming van werknemersrechten bij overgang van onderneming en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige uitlatingen in arbeidsrechtelijke context.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt overgang van onderneming en veroordeelt eiseres tot schadevergoeding wegens onrechtmatige beschuldiging.