ECLI:NL:PHR:2004:AR4142
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor poging tot opzettelijk brandstichten ondanks administratief verzuim aanhoudingsverzoek
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, maar veroordeeld voor poging tot opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander. De straf bestond uit vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van een jerrycan benzine.
Een centraal punt in het cassatieberoep was het verzuim van het hof om te beslissen op een schriftelijk aanhoudingsverzoek wegens ziekte van de verdachte. Deze brief, waarin de verdachte zijn ziekte toelichtte, was kennelijk door een administratieve fout niet bij de stukken gevoegd waarover het hof beschikte. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en arrest, maar dat de brief ook niet voldoende was om het aanhoudingsverzoek te honoreren.
Verder werd geklaagd over de afwijzing van een verzoek tot aanhouding wegens vertrouwensbreuk tussen raadsman en verdachte, maar dit werd door de Hoge Raad als niet onbegrijpelijk verworpen. Ten slotte werd de bewezenverklaring over de poging tot brandstichting aangevochten, maar de Hoge Raad bevestigde dat de handelingen van de verdachte, waaronder het uitgieten van benzine over zichzelf en een ander en het vasthouden van een aansteker, voldoende waren voor een bewezenverklaring van poging tot brandstichting.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot opzettelijk brandstichten blijft in stand.