ECLI:NL:PHR:2004:AR4886
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel van veroordeling wegens onjuiste kwalificatie valsheid in geschrift
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk onjuist doen van een belastingaangifte en valsheid in geschrift door het opmaken en gebruiken van valse facturen in de administratie van twee ondernemingen waarvan hij bevoegd was deze te vertegenwoordigen.
In cassatie werd aangevoerd dat het bewezenverklaarde gebruik van de valse facturen niet uit de bewijsmiddelen blijkt, omdat het opnemen in de administratie niet als gebruik in de zin van art. 225 lid 2 Sr Pro kan worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigt dat het gebruik van een vals geschrift in die bepaling vereist dat het geschrift als middel tot misleiding tegenover derden wordt gebruikt. Het enkele opnemen van valse facturen in een administratie valt hier niet onder.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het opnemen van de facturen in de administratie kwalificeerde als gebruik in de zin van art. 225 lid 2 Sr Pro. Dit deel van de dagvaarding is daarom nietig en moet worden vernietigd. De overige bewezenverklaringen, waaronder het opmaken van de valse facturen en het doen van de onjuiste aangifte, blijven in stand. De Hoge Raad verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de veroordeling dat ziet op het gebruik van valse facturen door opname in de administratie en ontslaat verdachte van dat onderdeel.