ECLI:NL:PHR:2004:AR4905
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vordering tot onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen MDMA-laboratoriumapparatuur en chemicaliën
In oktober 2000 werd in een loods te Maasbracht een MDMA-laboratorium ontdekt, waarbij diverse chemicaliën, grondstoffen en laboratoriumapparatuur in beslag werden genomen. De Officier van Justitie verleende een machtiging tot vernietiging van deze goederen vanwege hun gevaarlijke aard en hoge opslagkosten. Hoewel het strafproces tegen de verdachten werd afgerond, werd geen beslissing genomen over de onttrekking aan het verkeer van de vernietigde goederen die aan de klager toebehoorden.
De Officier van Justitie diende vervolgens een afzonderlijke vordering tot onttrekking aan het verkeer in. De belanghebbenden voerden aan dat de vordering afgewezen moest worden omdat de goederen ook legitieme toepassingen hadden en zij deze niet bestemd hadden voor strafbare feiten. De rechtbank oordeelde echter dat de goederen als een gezamenlijkheid van voorwerpen gezien moesten worden die direct of indirect betrekking hadden op de productie van synthetische drugs en daarom vatbaar waren voor onttrekking aan het verkeer.
De Hoge Raad oordeelde dat de vernietiging van de goederen op grond van art. 117 Sv Pro het beslag niet beëindigt in de zin van art. 134 Sv Pro en dat de Officier van Justitie terecht ontvankelijk was in zijn vordering tot onttrekking aan het verkeer. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat onttrekking aan het verkeer mogelijk is ook als de goederen oorspronkelijk legitieme toepassingen hadden, zolang zij uiteindelijk een onwettige bestemming hebben gekregen. De middelen van cassatie zijn verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en vernietigde goederen wordt toegewezen.