Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Middel I
1.b
[001], welk verbalisantnummer is gekoppeld aan politiemedewerker [verdachte] .
Door de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van de landelijk Eenheid van de Nationale Politie werd een oriënterend onderzoek gedaan en naar aanleiding van de bevindingen van die afdeling werd op 29 juni 2015 door de Rijksrecherche een onderzoek gestart op verdachte.
De loopbaan van verdachte bij de politieVerdachte is op 26 januari 2009 aangesteld als aspirant in tijdelijke dienst gedurende de initiële opleiding (zes jaar) bij de Dienst Nationale Recherche (hierna: DNR). Hij is een zij-instromer op niveau 4. Op 21 november 2008 tekende verdachte daartoe een geheimhoudersverklaring van de Landelijke Eenheid en op 15 december 2008 werd een verklaring van geen bezwaar voor deze functie afgegeven. Op 22 april 2009 legde verdachte de ambtseed af en ondertekende hij het eedsformulier. Op 13 juli 2010 werd verdachte aangesteld als generalist tactische recherche tot en met 31 juli 2011 en op 28 juli 2011 werd de proeftijd verlengd tot en met 31 januari 2012. Op 1 februari 2012 volgde een vaste aanstelling bij de DNR. Op 14 oktober 2011 ontving het hoofd van het Bureau Veiligheid en Integriteit KLPD een brief ‘Weigering verklaring van geen bezwaar’ (hierna: VGB) met betrekking tot verdachte, waarin wordt vermeld dat verdachte van deze weigering op de hoogte is gesteld. Door deze weigering kon verdachte niet bij de DNR blijven werken en werd hij op verschillende locaties tewerkgesteld. Hij werkte onder andere in 2013 bij de Dienst Verkeer van het KLPD in Driebergen in Maasbracht en in 2014 bij de Landelijk Eenheid, Dienst Infra, locatie Croeselaan te Utrecht. Daarnaast werkte hij nog in de regio Venlo en Eindhoven ten behoeve van het behalen van modules in het kader van zijn opleiding. De opleiding van verdachte verliep niet vlekkeloos, zijn studietijd moest meerdere malen worden verlengd, voor het laatst in het vierde kwartaal van 2014. Bij niet afstuderen zou eventueel ontslag volgen.
Tussenconclusie 1Verdachte is aldus aan te merken als een ambtenaar in de zin van artikel 84 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De verdachte was in de tenlastegelegde periode werkzaam als politieagent en had uit hoofde van zijn functie, zo blijkt uit zijn beëdiging, een algemene geheimhoudingsplicht.
Blue ViewBlue View is een indexsysteem, waarin dumps plaatsvinden van diverse politiesystemen, zoals BVO, Summ-it, HKS, BVH, Luris, FIU, afkomstig van bijna alle opsporingsinstanties van Nederland (Kmar, FIOD et cetera).
‘Het oneigenlijk gebruik dan wel misbruik van deze gegevens is ten strengste verboden. Daarnaast is het verstrekken van deze gegevens aan derden welke niet de vereiste autorisatie bezitten eveneens ten strengste verboden’. De gebruiker kan pas verder gaan met exporteren als hij aangeeft dat hij de bovenstaande waarschuwing heeft gelezen en op OK drukt.
Tussenconclusie 2Het hof stelt vast dat verdachte toegang had tot vertrouwelijke politiegegevens. Artikel 7 van Pro de Wet Politiegegevens bepaalt dat de politieambtenaar aan wie politiegegevens ter beschikking zijn gesteld, in beginsel verplicht is tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover een of bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking verplicht, de bepalingen van paragraaf 3 verstrekking toelaten of de politietaak in bijzondere gevallen tot verstrekking noodzaakt. Van enige uitzonderingsgrond is uit het dossier niets gebleken. Verdachte was uit hoofde van zijn ambt derhalve bekend met deze geheimhoudingsplicht, hij wist dat de informatie in Blue View vertrouwelijk was en werd daar bij export van gegevens nogmaals op gewezen.
Abonnementen en bevragingen in Blue ViewVanaf 30 augustus 2011 heeft verdachte 52 abonnementen gehad. Na oktober 2011 werden geruime tijd geen abonnementen afgesloten. Dit betreft de periode nadat de VGB was geweigerd, te weten na 19 oktober 2011. In juli 2012 werd weer een abonnement afgesloten. Verdachte deelde geen abonnementen met andere gebruikers. Verdachte had in Blue View op 15 juni 2015 24 abonnementen lopen op personen. Deze abonnementen moeten actief worden aangemaakt, driemaandelijks worden verlengd en worden afgesloten. De personen werden automatisch bevraagd op een lange KENO en de gebruiker, in casu verdachte, kreeg elke week berichten op zijn werk e-mailadres met de nieuwe resultaten van zijn abonnementen. Op 14 september 2015 liepen er in de account van verdachte 23 abonnementen op personen. Voorts is uit het overzicht van het totaal aantal bevragingen van verdachte in de onderzoeksperiode, gebleken dat het totale logbestand van verdachte in de periode van 30 augustus 2011 tot en met 29 september 2015 uit 28.521 regels in Blue View bestaat. Die regels werden zowel door zoekvragen als zoekresultaten gegenereerd.
Tussenconclusie 3Verdachte heeft abonnementen op personen aangemaakt en tevens verlengd, ook nadat hij in verband met de weigering van de VGB niet meer deelnam aan opsporingsonderzoeken binnen de DNR. Bovendien heeft hij ruim 28.000 bevragingen in Blue View gedaan in de tenlastegelegde periode.
De verdediging heeft aangevoerd dat manipulatie via de inloggegevens van verdachte – te weten zijn gebruikersnaam en wachtwoord – door een ander dan verdachte niet kan worden uitgesloten. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Zoals hierboven uiteengezet zijn op het Blue View account van verdachte, gedurende ruim 4 jaar, tientallen abonnementen op personen afgesloten en duizenden zoekopdrachten naar personen uitgevoerd. Indien iemand anders dan verdachte deze handelingen zou hebben verricht, zou dat betekenen dat verdachte gedurende ruim 4 jaar niet heeft opgemerkt dat een derde ook gebruik maakte van zijn inloggegevens en dit zeer veelvuldig deed. Dit is naar het oordeel van het hof volstrekt onwaarschijnlijk, nu bij het afsluiten van abonnementen op personen, verdachte automatisch wekelijks een bericht ontving per e-mail waarin de nieuwe resultaten kenbaar werden gemaakt. Indien niet verdachte maar een derde deze abonnementen zou hebben afgesloten, zou dit verdachte moeten zijn opgevallen en had het in de rede gelegen dat verdachte met het vermoeden dat zijn inloggegevens werden misbruikt, daarvan een melding zou hebben gemaakt. Nu verdachte nimmer een dergelijke melding heeft gemaakt, gaat het hof voorbij aan het volstrekt onwaarschijnlijke verweer dat een ander dan verdachte gebruik kan hebben gemaakt van zijn inloggegevens. Het hof neemt daarbij mede in overweging, dat de verdediging dit verweer op geen enkele, laat staan aannemelijke, wijze heeft onderbouwd. Het is louter een suggestie. Daar komt bij, dat ook overigens uit het onderzoek Zijdehaai niet is gebleken dat andere personen met de inloggegevens van verdachte bevragingen hebben gedaan. Het hof verwerpt daarom dit verweer.
Voorts is door de verdediging aangevoerd dat de 28.521 logregels in Blue View niet representatief zijn voor het aantal zoekopdrachten, nu elke mutatie in Blue View een nieuwe logregel creëert. Verdachte schat zelf dat hij ongeveer 5000 bevragingen heeft uitgevoerd. Ter onderbouwing van dit verweer heeft de verdediging het navolgende naar voren gebracht.
Het hof overweegt, samen met de rechtbank, met betrekking tot deze stellingen van verdachte het volgende:
b. Dat verdachte het systeem ook wel eens uit nieuwsgierigheid raadpleegde, zoals hij verklaart, valt eveneens niet geheel uit te sluiten. Verdachte heeft deze bewering echter niet nader toegelicht of onderbouwd met concrete voorbeelden. Daarover wilde verdachte, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, niet verklaren. Het hof acht het dan ook volstrekt onaannemelijk dat verdachte alle bevragingen die hij niet in het kader van zijn taakvervulling als politieagent heeft verricht louter uit nieuwsgierigheid heeft gedaan. Uit het dossier blijkt dat verdachte regelmatig hem bekende personen heeft bevraagd, personen die veelal in verband konden worden gebracht met hennepteelt/-kwekerijen. Zo bevroeg verdachte regelmatig zijn medeverdachten [betrokkene 4] , [medeverdachte 1] en [betrokkene 5] . Daarbij moeten ook gegevens zijn verstrekt door derden bijvoorbeeld met betrekking tot identificatiegegevens van personen of adressen.
Ook valt op, dat verdachte vaak personen bevroeg voorafgaand, tijdens en na een onderzoek of doorzoeking. Dit was bijvoorbeeld het geval bij zijn oom, [betrokkene 6] . Dat verdachte niet louter uit nieuwsgierigheid maar zeker ook op verzoek van derden bevragingen deed, blijkt uit hetgeen het hof hierna met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit zal overwegen, namelijk dat hij op verzoek van een tweetal undercover-agenten bevragingen heeft gedaan. Bovendien, zelfs al zou verdachte een aantal bevragingen louter uit nieuwsgierigheid hebben gedaan, verdachte wist en behoorde te weten dat hij uitsluitend gerechtigd was Blue View te raadplegen in het kader van zijn politietaak en daarvan is naar het oordeel van het hof bij het hobbymatig door het systeem zoeken ten behoeve van zichzelf geen sprake. Ook dit deel van het verweer gaat daarom niet op.
Met betrekking tot feit 1: medeplegen schending ambtsgeheimDe advocaat-generaal is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, nu op grond van het bewijs kan worden vastgesteld dat de geheime informatie bij anderen terecht is gekomen door toedoen van verdachte.
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, nu – kort gezegd – niet uit het dossier is gebleken dat verdachte, na het opvragen van informatie, deze informatie ook daadwerkelijk heeft verspreid. Zo is niet duidelijk hoe de PDF-bestanden bij [betrokkene 1] terecht zijn gekomen; het is slechts een aanname dat verdachte dit heeft gedaan.
Voorts heeft de verdediging bepleit dat slechts een bewezenverklaring kan volgen voor de bevragingen in Blue View waarvan ook daadwerkelijk stukken zijn aangetroffen, nu het dossier verder geen bewijs bevat dat de geheime gegevens van de andere bevragingen daadwerkelijk zijn verstrekt aan onbevoegde derden.
Het hof zal, evenals de rechtbank, de bewijsmiddelen die in het dossier aanwezig zijn bespreken aan de hand van de door verdachte afgesloten abonnementen, diens werkwijze en de in het dossier genoemde namen van onderzoeken en personen.
De abonnementenOp 23 juli 2012 sloot verdachte een abonnement af op de KENO van medeverdachte [medeverdachte 2] .
Op de lange KENO van medeverdachte [betrokkene 5] wordt op 28 juni 2013 een abonnement gemaakt. Op 15 juni 2015 had verdachte nog abonnementen lopen op onder andere de KENO van medeverdachten [medeverdachte 1] en [betrokkene 5] .
Op 14 september 2015 liepen deze abonnementen nog. Op die datum was toen één nieuw abonnement op de KENO van [betrokkene 7] . Voornoemd abonnement werd afgesloten op 7 juli 2015.
In een in beslag genomen agenda van het jaar 2013 van verdachte werd een lijst met namen van personen aangetroffen, welke lijst precies overeenkomt met de tussen 31 augustus 2011 en 29 september 2015 door verdachte bevraagde personen.
Tussenconclusie 4Verdachte maakte abonnementen aan op onder andere de medeverdachten in het onderhavige onderzoek. Nu deze abonnementen over een langere periode liepen en de abonnementen driemaandelijks moesten worden verlengd, heeft verdachte de betreffende abonnementen dus bewust in stand gehouden. Verdachte bevroeg een vaste groep personen gedurende een langere tijd. Over de concrete bevragingen en abonnementen en de beweegredenen daarvoor heeft verdachte, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, niet willen verklaren.
De werkwijzeI.
Vanuit het politiedomein worden (bijvoorbeeld) op 7 november 2014 e-mails verzonden naar het politieacademie domein. De verstuurde e-mails bevatten Blue View export registraties. De verstuurde e-mails worden niet meer aangetroffen in de mailbox van het politieacademie domein. Wel wordt een verwijzing gevonden naar een bijlage, die op een externe mediadrager is geplaatst.
II.
Op 7 september 2015 werd een bevel stelselmatige informatie-inwinning en pseudokoop op verdachte afgegeven. De raadsman heeft ten aanzien van het WOD-traject (onder andere voor wat betreft de overtreding van het Talloncriterium en de methoden van het verbaliseren door A-3869 en A-3870) verschillende verweren gevoerd. Voor het oordeel van het hof hieromtrent wordt verwezen naar hetgeen hierna met betrekking tot feit 3 wordt overwogen. Op 27 september 2015 keerde verdachte terug uit Curaçao, waar hij met verbalisant A-3869 afspraken had gemaakt over het raadplegen van de politiesystemen op de persoon van de informant, die bij verdachte bekend was als [betrokkene 8] en op een persoon, die bij verdachte bekend was gemaakt als [betrokkene 9] . Op 28 september 2015 om 10.27 uur kocht verdachte bij de Mediamarkt in Son en Breugel een USB-stick PNY en een prepaid telefoon, die hij contant afrekende. Vervolgens reed hij naar het politiebureau aan de Croeselaan in Utrecht, waar hij tussen 11.43 uur en 12.49 uur een groot aantal bevragingen deed op [betrokkene 8] en [betrokkene 9] . De bewuste USB-stick is op 30 september 2015 in de woning van de ouders van verdachte in [plaats] terug gevonden. Op de USB-stick stonden Blue View Exportbestanden met betrekking tot [betrokkene 8] en [betrokkene 9] .
Op 28 september 2015 om ongeveer 14.00 uur verlaat de verdachte het politiebureau in Utrecht en op verzoek van A-3869 vindt om 15.30 uur een ontmoeting plaats bij McDonalds in Best. Op aanwijzing van verdachte rijdt verdachte met A-3869 mee naar een openbare picknickplaats aan de A2. Daar brengt verdachte A-3869 mondeling op de hoogte van zijn bevindingen. Daarbij merkt verdachte op dat de informatie zo minimaal was dat hij had besloten om A-3869 een en ander mondeling mede te delen.
III.
Bij de doorzoeking van de [a-straat 1] te [plaats] werd een grote hoeveelheid bewerkte Blue View informatie op papier aangetroffen (zie hierna) met leesaanduidingen en met namen van geadresseerden erop aangebracht.
Tussenconclusie 5Verdachte e-mailde exportrapportages van zijn politie-emailadres naar zijn mailbox bij de politieacademie en zette de informatie over op (bijvoorbeeld) USB-sticks. Verdachte heeft over het hoe en waarom van deze werkwijze zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, geen verklaring willen afleggen. Verdachte verstrekte informatie zowel mondeling als schriftelijk aan afnemers. Daarbij werd de nodige behoedzaamheid in acht genomen. Met betrekking tot de aan A-3869 verstrekte informatie heeft verdachte ter zitting van het hof toegegeven dat de verstrekking op de wijze zoals verwoord aan. A-3869 heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de aangetroffen informatie op papier heeft verdachte niet willen verklaren.
II. Onderzoek FuutHet onderzoek Fuut betreft een verdenking van bedrieglijke bankbreuk. [betrokkene 5] en [betrokkene 4] zouden aan de verdachte in het onderzoek Fuut een groot geldbedrag hebben geleend. In het kader van dit onderzoek werd op 29 juli 2015 rond 12.00 uur [betrokkene 4] door de FIOD gehoord.
Om 19.17 uur wordt een Audi A5 ( [kenteken 3] ) geparkeerd in de straat en twee mannen, [betrokkene 4] en [betrokkene 5] , gaan de woning binnen. [betrokkene 4] heeft bij de politie verklaard dat hij wel eens met [betrokkene 5] in een woning in [plaats] is geweest om daar te praten en te kaarten. Hij trof toen in die woning verdachte en [medeverdachte 1] . Die zaten samen op de bank. Bij die gelegenheid hebben [betrokkene 4] en [betrokkene 5] gesproken over het gesprek met de FIOD, het zou kunnen zijn dat de beide […] (verdachte en [medeverdachte 1] ) dat hebben opgevangen, aldus [betrokkene 4] .
Tussenconclusie 7Nu verdachte vlak vóór en vlak na de ontmoeting met [betrokkene 5] en [betrokkene 4] in de woning van [medeverdachte 1] het onderzoek Fuut uitgebreid bevroeg, kan het naar het oordeel [betrokkene 3] niet anders dan dat hij dit deed op verzoek van een of meer van zijn medeverdachten. Verdachte had met name op de KENO van [betrokkene 5] al vele bevragingen gedaan en er liep ook een abonnement op [betrokkene 5] . Verdachte had geen enkele reden of motief om juist op dit onderzoek bevragingen te doen; hij was geen lid van het onderzoeksteam van de FIOD en er is geen enkele valide andere reden voor de raadpleging, anders dan dat hij daar door anderen om is verzocht. Ook hieromtrent heeft verdachte geen nadere verhelderende verklaring willen afleggen.
Op 29 september 2015 werd een achter een afgesloten schot onder de trap in de [a-straat 1] te [plaats] verborgen bundel documenten in beslag genomen van in totaal 167 pagina's met informatie over vele subjecten. Het bleek te gaan om bewerkte Blue View producten: het was het resultaat van verschillende downloads en bewerkingen. Er was informatie toegevoegd.
het hof begrijpt: medeverdachte [betrokkene 5]]
Op gevouwen hoekjes op twee A4tjes stond: onder andere ‘ [betrokkene 5] ’. ‘ [betrokkene 5] ’ bleek een deel van een mutatie van 19 augustus 2015. Op dit mutatienummer heeft verdachte op 25 augustus 2015 en 28 september 2015 gezocht.
Op 1 september 2015 zijn er twee externe gegevensdragers aangesloten geweest op de computer van [medeverdachte 1] . Uit de linkfiles op die computer kan worden afgeleid dat op één van die gegevensdragers op die computer bestanden zijn geopend. In totaal zijn er 27 fragmenten tekst gevonden in de computer van [medeverdachte 1] , onder meer 4 fragmenten op de KENO [betrokkene 5] en 9 fragmenten op het onderzoek Fuut.
III.B
Op 30 september 2015 werd in de garage van de [a-straat 1] te [plaats] in een plastic tas een briefje gevonden met de tekst:
Tussenconclusie 8
Onderzoek GutenbergZoals reeds aangehaald, werd in de in de cloud opgeslagen digitale administratie van [betrokkene 1] een 15-tal PDF-bestanden gevonden met onder andere de naam ‘ [betrokkene 10] ’.
[verdachte] heeft deel uitgemaakt van de DNR Son en Breugel en heeft kennelijk nog steeds toegang tot de teammap 20. Verder is met de inlogcode van [verdachte] in de periode 15 januari 2014 tot 15 september 2014 in Blue View tenminste 94 maal gezocht op de naam [betrokkene 10] . Verder werd de term Gutenberg 183 maal aangetroffen in het bestand met bevragingen in Blue View.
Tussenconclusie 9
[betrokkene 6] / medeverdachte [medeverdachte 2]
Uit tapgesprekken en de verklaring van de getuige blijkt dat de latere bevragingen (tot en met augustus 2015) op [medeverdachte 2] vooral de relationele problemen tussen [betrokkene 13] en [medeverdachte 2] betroffen waarbij de politie werd ingeschakeld. [medeverdachte 2] , [betrokkene 12] en verdachte zouden elkaar kennen via een wederzijdse kennis in Oekraïne. [medeverdachte 2] zou verdachte in Nederland hebben geïntroduceerd als iemand van wie men informatie zou kunnen kopen, aldus getuige [betrokkene 13] .
ConclusieVooropgesteld moet worden dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat het 'schenden' van een geheim in de zin van artikel 272 Wetboek Pro van Strafrecht moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is (vgl. HR 7 april 2020, ECU:NL:HR:2020:527). Gelet daarop is het hof van oordeel dat verdachte zijn ambtsgeheim niet heeft geschonden door geheime gegevens voor zichzelf te ontsluiten. Echter, het hof stelt – op grond van hetgeen hiervoor overwogen en de daarbij genomen tussenconclusies – vast dat verdachte zijn geheimhoudingsplicht gedurende lange tijd bij herhaling heeft geschonden door politie-informatie te delen met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en andere belanghebbenden, zoals zijn oom [betrokkene 6] en [betrokkene 10] . Uit de wijze waarop verdachte de informatie aan derden zoals [betrokkene 5] en [medeverdachte 1] overbracht, concludeert het hof dat deze geen van allen bevoegd was om van de informatie kennis te nemen.
Het verweer van de verdediging dat niet vaststaat dat verdachte daadwerkelijk geheime politie-informatie heeft verspreid wordt door het hof verworpen. Immers, vast is komen te staan dat verdachte in Blue View veelvuldig bevragingen heeft gedaan anders dan ter vervulling zijn politietaak. Bovendien is gebleken dat verdachte met een aantal van de bevraagde personen, al dan niet levenden lijve, contact heeft gehad. In de gedragingen van verdachte over een lange periode is een patroon te zien. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt dat een deel van de door verdachte uit Blue View geëxporteerde vertrouwelijke politie-informatie bij verdachte [betrokkene 1] is aangetroffen. Hoewel niet concreet is gebleken hoe die informatie bij [betrokkene 1] terecht is gekomen, kan het naar het oordeel [betrokkene 3] niet anders dan dat die informatie via hem – verdachte – bij [betrokkene 1] is beland. Het past namelijk in het genoemde patroon. Zo is door verdachte uit Blue View geëxporteerde informatie ten aanzien van medeverdachte [betrokkene 5] in geprinte vorm in het huis van medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen en is op een vel daarvan een dactyloscopisch spoor van [betrokkene 5] gevonden. Daaruit blijkt dat in elk geval een deel van die informatie op enig moment in handen van [betrokkene 5] terecht is gekomen. Verder past het bij het feit dat verdachte op verzoek van twee undercover-agenten bevragingen omtrent hun persoon heeft gedaan in Blue View. Ook de verklaring van de getuige [betrokkene 13] , dat [medeverdachte 2] verdachte in Nederland heeft geïntroduceerd als iemand van wie men informatie zou kunnen kopen, ondersteunt dit patroon.
Ook het verweer van de verdediging dat slechts een bewezenverklaring kan volgen voor de bevragingen in Blue View waarvan daadwerkelijk stukken zijn aangetroffen, wordt door het hof verworpen. Nu verdachte zelf geen aannemelijke verklaring heeft willen geven over concrete, niet in het dossier uitgewerkte bevragingen, acht het hof het voldoende aannemelijk geworden dat verdachte ook buiten de door de Rijksrecherche in het dossier opgenomen gevallen Blue View op grote schaal heeft bevraagd, informatie heeft geëxporteerd en aan onbevoegden heeft verstrekt. Ook dit past volledig in het geschetste patroon.
(…)”
3.De bespreking van het eerste middel
4.Middel II
Met betrekking tot feit 2: computervredebreuk
Het hof stelt, onder verwijzing naar artikel 80sexies Sr zoals geldend ten tijde van het tenlastegelegde, samen met de rechtbank vast dat – zoals bij de bespreking van feit 1 aan de orde is geweest – het Blue View systeem een geautomatiseerd werk is, in casu zijnde een digitaal verzamelsysteem dat door politieambtenaren in de uitoefening van hun politietaak kan worden geraadpleegd mits zij daarvoor zijn geaccrediteerd en beschikken over een autorisatie. Er moeten om in het beveiligde systeem te komen een gebruikersnaam (dienstnummer) en wachtwoord worden gegeven. Verdachte beschikte over een zodanige autorisatie vanaf 29 augustus 2011 tot zijn aanhouding op 29 september 2015.
Het hof overweegt omtrent het verweer dat verdachte rechtmatig beschikte over een autorisatie waarmee hij Blue View kon raadplegen en dat daarmee geen veroordeling ter zake van het onder 2 tenlastegelegde kan volgen, als volgt.
Artikel 138ab
2. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft computervredebreuk, indien de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, aftapt of opneemt.
Het schenden van artikel 138ab Sr was tot de inwerkingtreding van de Wet kraken en leegstand (Stb. 2010, 320) tot 1 oktober 2010 geregeld in art. 138a Sr. Op grond van de parlementaire stukken kan ter zake van het huidige art. 138ab Sr – het toenmalige art. 138a Sr – het volgende worden opgemerkt. De strafbaarstelling van art. 138ab Sr beschermt degene die blijkens feitelijke beveiliging heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn gegevens heeft willen afschermen tegen nieuwsgierige blikken door het systeem daartegen te beveiligen. De bescherming van gerechtvaardigde belangen van houders van gegevensbestanden die, opgeslagen in computers, vooral via de telecommunicatie-infrastructuur voor onbevoegde blikken toegankelijk zijn, wordt via deze strafbaarstelling geboden doordat het doorbreken van een aangebrachte beveiliging wordt strafbaar gesteld. Daarbij is aansluiting gezocht bij de bestaande strafbaarstelling betreffende de huisvredebreuk. De eisen rondom wederrechtelijke binnendringing zijn in de sfeer van de informatietechniek in deze strafbaarstelling vertaald in het bestanddeel ‘binnendringen’, inhoudende dat een beveiliging moet zijn doorbroken. In de Memorie van Toelichting is hierover opgenomen: ‘Het gaat er om dat de degeen die de computer binnendringt door het doorbreken van de beveiliging, heeft blijk gegeven de wetenschap te hebben gehad dat hij een beveiligd systeem binnendringt en doelbewust enige inspanning heeft gedaan de beveiliging te doorbreken’ (vgl. Kamerstukken II 1989/90, 21 551, nr. 3, p. 16). Het aangehaalde lid 1 van artikel 138ab Sr geeft aan dat van ‘binnendringen’ in ieder geval sprake is indien de toegang tot het werk wordt verworven met behulp van een valse sleutel of door het aannemen van een valse hoedanigheid. In de Kamerstukken van het toenmalige wetsvoorstel wordt over het bestanddeel ‘valse sleutel’ weergegeven dat een password een sleutel is die de gebruiker toegang geeft tot het systeem of tot een deel daarvan. Daarbij werd aangehaald dat de Hoge Raad in zijn arrest van 20 mei 1986, ECLI:NL:HR: 1986:AC9359, NJ 1987/130) heeft bepaald dat een huissleutel die wordt gebruikt tot opening van een slot door iemand die daartoe niet is gerechtigd, een valse sleutel is en dat niet is vereist dat ten aanzien van de sleutel enige beveiligingsmaatregel is genomen. Onder verwijzing naar artikel 90 Sr Pro, waarin geen definitie van het begrip ‘valse sleutels’ wordt gegeven maar enkel wordt aangegeven wat onder het begrip dient te worden begrepen (‘alle tot opening van het slot niet bestemde werktuigen’) – waarbij de wetgever heeft aangegeven dat “(O)nverschillig (is) of het werktuig al of niet een sleutel, zoo het slechts niet die sleutel is, die voor opening van dat slot bestemd is.” (zie H.J. Smidt, Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht, Deel I, tweede druk, p. 544) – stelt het hof dat de jurisprudentie van de Hoge Raad verder ter zake van ‘valse sleutel’ heeft uitgemaakt dat ook onrechtmatig gebruik van bijvoorbeeld een bankpas of een tankpas kan worden aangemerkt als het gebruik maken van een ‘valse sleutel’. Anders gezegd: de Hoge Raad geeft een ruime uitleg aan het begrip ‘valse sleutels’ waarbij ook gebruik door een onbevoegde als een ‘valse sleutel’ kan worden aangemerkt (vgl. CAG Knigge in ECLI:NL:PHR:2017:1012 onder verwijzing naar HR 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2546).
Voor wat betreft de uitleg in de genoemde bepaling ter zake van het bestanddeel ‘valse hoedanigheid wijst het hof op de uitleg die de Hoge Raad daaraan geeft in zijn overzichtsarrest van 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892, NJ 2017/158, m.nt. Keijzer, rov. 2.3.4. De Hoge Raad heeft ter zake van het aannemen van een valse hoedanigheid overwogen dat het daarbij in de kern gaat om dat het handelen van de verdachte ertoe kan leiden dat bij de ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen met betrekking tot de 'persoon' van de verdachte wat betreft diens hoedanigheid, waarbij die onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen teneinde daarvan misbruik te maken. Daarbij heeft de Hoge Raad specifiek aangegeven dat de in de rechtspraak wel gebruikte formulering dat een verdachte zich als een 'bonafide' deelnemer aan het rechtsverkeer heeft gepresenteerd, met betrekking tot het aannemen van een valse hoedanigheid slechts relevant is als zo een presentatie als bonafide (potentiële) wederpartij berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop zijn gericht bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken.
De verdachte heeft op enig moment, namelijk toen hij werkzaam zou worden bij de Nationale Recherche toegang gekregen tot het beveiligde Blue View systeem. Om Blue View te kunnen raadplegen, heeft verdachte moeten inloggen met een gebruikersnaam (zijn dienstnummer) en een wachtwoord. Daarmee verkreeg verdachte ook de bevoegdheid om de resultaten van bevragingen te kunnen exporteren als PDF of Excel-bestand en op te slaan op een bijvoorbeeld een externe opslagplaats, zoals een USB stick. Verdachte werd daarbij uitdrukkelijk via het systeem gewaarschuwd dat oneigenlijk gebruik dan wel misbruik van deze gegevens, waaronder het verstrekken van deze gegevens aan derden welke niet de vereiste autorisatie bezitten, ten strengste verboden was. Zoals hierboven weergegeven zijn deze werkzaamheden spoedig gestaakt omdat hij geen “Verklaring van geen bezwaar” verkreeg. Desalniettemin heeft verdachte nog jaren dit systeem ingezien.
Anders dan de verdediging is het hof van mening dat de strafbaarstelling opgenomen in artikel 138c Sr geen inbreuk maakt op een mogelijke bewezenverklaring van hetgeen aan verdachte onder 2 is tenlastegelegd en strafbaar is gesteld onder artikel 138ab Sr. De wetgever heeft in artikel 138c Sr strafbaar gesteld het opzettelijk en wederrechtelijk voor zichzelf of voor een ander overnemen van niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk. De bepaling is vooral van belang voor gevallen waarin de dader rechtmatige toegang heeft tot de gegevens, maar deze wederrechtelijk overneemt (vgl. Kamerstukken II 2015/16, 34 372, nr. 3, p. 64). In de onderhavige zaak had verdachte weliswaar autorisatie om toegang te krijgen tot het systeem Blue View, maar hij was niet bevoegd tot het inzien en overnemen van de gegevens waar het in de onderhavige strafzaak om gaat. Verdachte heeft derhalve met behulp van de aan hem toegekende autorisatie het systeem Blue View opzettelijk en wederrechtelijk binnengedrongen om inzage te krijgen van gegevens waar hij niet toe bevoegd was en vervolgens deze overgenomen.
5.Beoordeling van het tweede middel
Art. 138c Sr (sinds 1 maart 2019 tot 1 mei 2021)
Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of voor een ander overneemt.
Art. 138c Sr (sinds 1 mei 2021)
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of voor een ander overneemt of doorgeeft.
rechtmatige toegangwas voor de invoering van dit artikel niet strafbaar gesteld. Art. 138ab Sr, dat ook na de invoering van art. 138c Sr is blijven bestaan, stelt allereerst
het binnendringenvan het geautomatiseerde werk (computervredebreuk, lid 1) strafbaar, alsmede het (eventueel) vervolgens overnemen van gegevens daaruit (lid 2). Het essentiële verschil tussen beide bepalingen is dus of sprake is geweest van rechtmatige toegang alvorens de gegevens wederrechtelijk te gebruiken. Van een gewijzigd inzicht in de strafwaardigheid van hetgeen strafbaar is gesteld in art. 138ab Sr (en voorheen in art. 138a Sr) is dus geen sprake. Daarmee is overigens de vraag of het hof kon oordelen dat de verdachte, gebruikmakend van zijn autorisatie, de politiesystemen is binnengedrongen nog niet beantwoord. Daarover gaat de eerste klacht.
overschrijdingvan een autorisatie die verleend is voor
delenvan een geautomatiseerd volgens de wetgever computervredebreuk kan opleveren. In de Memorie van Antwoord bij de Wet Computercriminaliteit I verwoordt de minister dit onder meer als volgt (p. 30):
noodzakelijkevoorwaarde wordt gesteld, maar onder één van de in art. 138ab Sr genoemde wijzen van binnendringen, namelijk het in art. 138ab sub a genoemde doorbreken van de beveiliging, is ondergebracht. In zoverre lijkt de onder 5.19. geciteerde passage uit de wetsgeschiedenis (deels) achterhaald.
reglementairetoegang tot een computersysteem, zonder dat daarvoor een beveiliging moet worden doorbroken, kan worden aangemerkt als binnendringen. De wetgever lijkt niet te hebben gedacht aan het oneigenlijk gebruiken van een eigen wachtwoord of een verkregen autorisatie, zoals het hof heeft geoordeeld. Van de andere kant wordt in de wetsgeschiedenis wel gerept van de overschrijding van een autorisatie als het gaat om wederrechtelijk binnendringen. Op grond daarvan kan verdedigd worden dat onderhavige casus wel onder art. 138ab Sr valt te brengen. Alvorens ik deze vraag definitief beantwoord, ga ik eerst nader in op art. 138c Sr.
eigenaccreditatie en inloggegevens inlogde op het systeem is het aannemen van een valse hoedanigheid nog niet gegeven. Onduidelijk blijft waarop het hof de aanname baseert dat de verdachte, door op deze wijze in te loggen, zich heeft
voorgedaanals een onkreukbare politieambtenaar die (bevoegd) gegevens opvroeg in het kader van zijn politietaak. Uit welke specifieke gedragingen dit “voordoen” zou kunnen worden afgeleid, blijkt niet uit de bewijsmiddelen of de bewijsoverwegingen. Naar mijn mening is dan ook de bewezenverklaring dat de verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen onvoldoende met redenen omkleed.
6.Het derde middel
Beide paspoorten zijn door de Koninklijke Marechaussee te Eindhoven onderzocht en bleken echt en onvervalst te zijn. Wel bleken beide voorzien te zijn van dezelfde pasfoto. Uit diverse Britse en Nederlandse onderzoeken was gebleken dat met name Britse criminelen anoniem konden opereren in Groot-Brittannië en Nederland door het aannemen van een andere valse identiteit. Deze criminelen maakten daarvoor gebruik van Fraudulently Obtained Genuine Passports (frauduleus verkregen paspoorten) of zogenaamde "FOG's". FOG paspoorten betreffen dus echte Britse paspoorten, die door bedrog zijn verkregen, op naam van echt bestaande Britse personen, maar waarop de foto geplaatst is van de betrokken crimineel. Uit de verstrekte gegevens van de Serieus Organised Grime Agency blijkt dat beide genoemde Britse paspoorten zogenoemde FOG paspoorten betreffen, welke op frauduleuze wijze zijn aangevraagd bij Her Majesty's Passport Office in Groot-Brittannië en voorzien zijn van een foto van een Britse crimineel genaamd:
Naam: [betrokkene 14]
(ZD.03 pagina 147)
(ZD.03 pagina 148)
Op 29 september 2015 zijn bij een doorzoeking in de woning van verdachte in [plaats] twee Engelse paspoorten aangetroffen die waren voorzien van identieke pasfoto's. Verdachte heeft verklaard dat hij deze paspoorten in een te archiveren dossier heeft aangetroffen toen hij als politieambtenaar archiefwerkzaamheden verrichtte. De paspoorten moesten worden vernietigd. Verdachte heeft de paspoorten vervolgens meegenomen. Verdachte heeft de paspoorten in de woning van zijn ouders gelegd, alwaar ze bij een doorzoeking zijn aangetroffen.
Gelet op de in de bewijsmiddelen opgenomen feiten en omstandigheden komt het hof, evenals de rechtbank, tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 29 september 2015 in [plaats] twee valse paspoorten voorhanden heeft gehad.”