ECLI:NL:PHR:2005:AM3206
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrek voorbelasting en bezwaartermijn bij privégebruik van ondernemingsgoed
Belanghebbenden kochten een vakantiebungalow die zij zowel verhuurden als privé gebruikten, waarbij zij 87,5% van de voorbelasting in aftrek brachten. De Inspecteur verleende gedeeltelijke teruggave, maar verklaarde een bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Hof verklaarde het bezwaar over het tweede kwartaal ontvankelijk, maar het bezwaar over het derde kwartaal niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad bevestigt dat de bezwaartermijn van zes weken redelijk is en niet leidt tot frustratie van rechten die uit het gemeenschapsrecht voortvloeien. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad uitgebreid de wettelijke en Europese regels omtrent de aftrek van voorbelasting, met name de toepassing van de Zesde richtlijn en de verhouding tot het Nederlandse recht.
De Hoge Raad overweegt dat de Nederlandse regeling die aftrek beperkt bij privégebruik van ondernemingsgoederen niet strijdig is met de Zesde richtlijn, mede op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Ook wordt bevestigd dat het ontbreken van een ministeriële regeling voor gemengd gebruik geen aanleiding geeft tot volledige aftrek.
Tot slot stelt de Hoge Raad voor om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EG over de uitleg van de Zesde richtlijn, met betrekking tot de aftrekbaarheid van voorbelasting en de gevolgen van het niet implementeren van bepaalde richtlijnbepalingen in het nationale recht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van het bezwaar en de Nederlandse regeling omtrent aftrek van voorbelasting en stelt prejudiciële vragen aan het HvJ EG.