ECLI:NL:PHR:2005:AR7435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende aannemelijkheid invloed verzwegen informatie op aandelenwaardering
Eiser verkocht in 1988 zijn aandelen aan zijn broers, waarbij de koopprijs bindend werd vastgesteld door twee registeraccountants. Later bleek dat de broers een koopintentieverklaring van NV De Vlier voor het gehele aandelenpakket hadden verzwegen, wat eiser als onrechtmatig beschouwde en aanleiding gaf tot een vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af omdat niet aannemelijk was dat de verzwegen informatie de waardering door de deskundigen substantieel had beïnvloed. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat voor toewijzing van schadevergoeding aannemelijk moet zijn dat de achtergehouden informatie tot een hogere waardering had geleid.
De Hoge Raad oordeelt verder dat het hof terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aan de bewijsverplichting heeft voldaan en dat het niet verplicht was de zaak naar schadestaatprocedure te verwijzen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de afwijzing van de schadevergoeding definitief is.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de vordering tot schadevergoeding wegens verzwegen informatie niet toewijsbaar is.