ECLI:NL:PHR:2005:AS3518
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep ouders tegen ondertoezichtstelling kinderen
De zaak betreft een cassatieberoep van ouders tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam die de ondertoezichtstelling van hun kinderen bekrachtigde. De ondertoezichtstelling was door de rechtbank Utrecht voor de duur van één jaar uitgesproken en later verlengd voor vier van de acht kinderen.
Het hof oordeelde dat de ouders geen veilige en stabiele opvoedingssituatie boden, mede vanwege hun detentie en het ontbreken van duidelijke zorg voor de kinderen. Daarnaast stonden de ouders niet open voor hulpverleningsadviezen. Het hof vond dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling was voldaan.
De ouders stelden cassatieberoep in, maar trokken dit in voor de oudste vier kinderen omdat hun ondertoezichtstelling niet was verlengd. De Hoge Raad oordeelde dat de ouders geen belang meer hadden bij cassatie voor de eerste vier kinderen en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De verlenging voor de jongste vier kinderen deed hieraan niet af, omdat het beroep op het moment van uitspraak geen belang meer had.
De Hoge Raad bevestigde de vaste jurisprudentie dat het belang bij cassatie vervalt na afloop van de ondertoezichtstellingsperiode, ook als de termijn verlengd is na het instellen van het beroep. De klachten van de ouders over de motivering van het hof faalden eveneens.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na afloop van de ondertoezichtstellingsperiode.