ECLI:NL:HR:2003:AF0872
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep tegen verlenging uithuisplaatsing minderjarige
De moeder, houdster van het ouderlijk gezag over haar minderjarige zoon, betwistte de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing die door de Kinderrechter was verleend en verlengd op verzoek van de gezinsvoogdij-instelling. De minderjarige verbleef sinds oktober 1997 in een pleeggezin op grond van deze machtiging.
De moeder stelde hoger beroep in tegen de verlengingen van de machtiging tot uithuisplaatsing bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof verklaarde haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de beschikking van 28 november 2000, omdat de geldigheidsduur van die machtiging was verstreken en zij daardoor geen belang meer had. Tevens bekrachtigde het hof de beschikking van 9 oktober 2001 tot verlenging van de machtiging.
De moeder stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de moeder niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat zij geen belang meer had bij het hoger beroep. De klachten van de moeder over het niet horen van partijen en het belang bij vaststelling van onrechtmatigheid van de machtiging faalden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.