ECLI:NL:PHR:2005:AS8858
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens schending privacy door politie-inmenging bij telefoongesprekken
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij aanvrager was veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) had geoordeeld dat de politie onrechtmatig had meegewerkt aan het opnemen van telefoongesprekken tussen aanvrager en het slachtoffer, wat een schending van art. 8 EVRM Pro opleverde.
De Hoge Raad overwoog dat hoewel sprake was van een schending van het recht op privacy, deze niet zodanig ernstig was dat niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of uitsluiting van bewijs noodzakelijk was. De inhoud van de opgenomen gesprekken was niet als bewijs gebruikt. Hernieuwde berechting werd niet passend geacht omdat dit de schending niet ongedaan zou maken.
De Hoge Raad stelde dat strafvermindering een passend middel is voor rechtsherstel, vooral gezien de aard van de schending en de opgelegde straffen. De geldboete werd verminderd van 10.000 gulden tot 4.000 euro, met aanpassing van de vervangende hechtenis. De beslissing onderstreept dat schending van verdragsrechten niet zonder consequenties mag blijven en dat civiele procedures voor immateriële schadevergoeding mogelijk blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en vermindert de opgelegde geldboete tot €4.000,- met aanpassing van de vervangende hechtenis.