ECLI:NL:PHR:2005:AS9222
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbindendheid artikel APV Nijmegen en verhouding strafrechter tot bestuursrechter
In deze zaak staat de verbindendheid van artikel 2.4.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Nijmegen centraal, dat het college van burgemeester en wethouders (B&W) bevoegd verklaart verblijfsontzeggingen op te leggen. De verdachte werd veroordeeld voor het overtreden van een verblijfsontzegging in het Kronenburgerpark te Nijmegen.
De verdediging voerde aan dat het artikel onverbindend was omdat volgens artikel 172 van Pro de Gemeentewet uitsluitend de burgemeester bevoegd is tot handhaving van de openbare orde, en dus niet het college van B&W. Diverse bestuursrechtelijke uitspraken verklaarden het artikel onverbindend, maar deze betroffen lagere bestuursrechters en waren niet onherroepelijk of bindend voor de strafrechter.
De Hoge Raad stelt dat de strafrechter zich een eigen oordeel moet vormen over de verbindendheid van het APV-artikel en niet gebonden is aan uitspraken van lagere bestuursrechters, tenzij de hoogste bestuursrechter in een met voldoende waarborgen omklede procedure onherroepelijk het voorschrift onverbindend heeft verklaard. Het hof heeft terecht geoordeeld dat artikel 2.4.1 APV Nijmegen verbindend was en dat overtreding daarvan een strafbaar feit oplevert.
De zaak benadrukt de taakverdeling tussen bestuursrecht en strafrecht en bevestigt dat de strafrechter niet gebonden is aan voorlopige of lagere bestuursrechtelijke uitspraken. De bevoegdheid van de gemeenteraad om verordeningen te maken blijft naast de exclusieve bevoegdheden van de burgemeester bestaan, en het opleggen van verblijfsontzeggingen door het college is democratisch verdedigbaar.
Het middel van cassatie faalt en de veroordeling van de verdachte blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat artikel 2.4.1 APV Nijmegen verbindend is en dat overtreding daarvan strafbaar is.