ECLI:NL:PHR:2005:AS9224
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbindendheid APV Nijmegen en verhouding strafrechter tot bestuursrechter
In deze zaak staat de verbindendheid van artikel 2.4.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Nijmegen centraal, waarin een verblijfsontzegging wordt geregeld. De verdachte werd veroordeeld voor het overtreden van een verblijfsontzegging in het Kronenburgerpark te Nijmegen. De verdediging voerde aan dat de APV onverbindend was omdat de bevoegdheid tot het opleggen van verblijfsontzeggingen ten onrechte aan het college van burgemeester en wethouders (B&W) was toegekend in plaats van aan de burgemeester, zoals volgens artikel 172 van Pro de Gemeentewet vereist is.
De voorzieningenrechter in Arnhem had eerder in bestuursrechtelijke procedures geoordeeld dat artikel 2.4.1 APV onverbindend was vanwege deze bevoegdheidskwestie. Het hof stelde echter dat het zich niet gebonden achtte aan deze bestuursrechtelijke uitspraken omdat deze niet van de hoogste bestuursrechter afkomstig waren en de strafrechter zich een eigen oordeel moest vormen over de verbindendheid van de APV.
De Hoge Raad bevestigt dat de strafrechter in beginsel niet gebonden is aan uitspraken van lagere bestuursrechters en dat overtreding van artikel 2.4.1 APV Nijmegen een strafbaar feit oplevert. Tevens wordt benadrukt dat de gemeenteraad op grond van zijn autonome verordenende bevoegdheid deze regeling kon vaststellen, ondanks de exclusieve bevoegdheid van de burgemeester voor de handhaving van de openbare orde. De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt de veroordeling van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat overtreding van artikel 2.4.1 APV Nijmegen een strafbaar feit is en verwerpt het cassatieberoep.