ECLI:NL:PHR:2005:AS9291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging maatregel plaatsing in inrichting voor opvang verslaafden
De zaak betreft de oplegging van een maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor de opvang van verslaafden (SOV) voor de duur van één jaar, na veroordeling voor lokaalvredebreuk en twee inbraken. De verdachte is langdurig verslaafd aan harddrugs en heeft een uitgebreid strafblad met meerdere veroordelingen voor aan drugs gerelateerde delicten. Het hof heeft de maatregel opgelegd omdat vrijwillige hulpverlening niet haalbaar werd geacht en de veiligheid van personen en goederen het vereiste.
De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat aan alle wettelijke voorwaarden van artikel 38m Sr was voldaan, dat de verslaving onvoldoende was vastgesteld en dat de veiligheidseis onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof weliswaar karig heeft gemotiveerd, maar dat uit de stukken blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan, mede gelet op deskundigenrapporten en het langdurige verslavingspatroon.
Voorts bespreekt de Hoge Raad de verhouding tot artikel 5 EVRM Pro, waarin het recht op vrijheid en veiligheid is geregeld. De vrijheidsbeneming valt onder de uitzondering voor verslaafden, en de criteria voor rechtmatigheid zijn gemotiveerd toegepast. Wel merkt de Hoge Raad op dat de duur van één jaar mogelijk onvoldoende is om de doelstellingen van de SOV, namelijk terugdringen van overlast en beheersbaar maken van de verslavingsproblematiek, te verwezenlijken. De maatregel omvat drie fasen van behandeling en resocialisatie, waarvan de opgelegde duur slechts het doorlopen van twee fasen toelaat. Het hof heeft dit onvoldoende gemotiveerd.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen, ondanks de motiveringsgebreken, omdat de verdachte geen belang heeft bij vernietiging. De uitspraak bevestigt de oplegging van de maatregel, maar benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering en een realistische inschatting van de effectiviteit van de maatregel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor opvang van verslaafden wordt bevestigd.