ECLI:NL:PHR:2005:AT1097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens overschrijding termijn faillissementsverzoek
Verzoekers, waaronder een natuurlijke persoon en een Belgische vennootschap, hadden bij de rechtbank Breda verzocht om faillissement van Digisave International B.V. te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek af, wat door verzoekers werd bestreden bij het hof te 's-Hertogenbosch. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelden verzoekers beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet tijdig was ingediend, aangezien de cassatietermijn acht dagen na het arrest van het hof verliep op 17 december 2004, terwijl het cassatieberoep pas op 24 december 2004 werd ingediend. Verzoekers voerden geen geldige uitzonderingen aan die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De Hoge Raad benadrukte dat verzoekers op de hoogte waren van de datum van het arrest en dat het niet tijdig indienen niet te wijten was aan fouten van het hof of de griffie. Ook werd gewezen op de mogelijkheid om een verzoekschrift in te dienen zonder motivering bij onbekendheid met de uitspraak, mits de gronden later alsnog met spoed worden ingediend, wat hier niet is gebeurd.
Daarom verklaarde de Hoge Raad verzoekers niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep en verwierp het beroep.
Uitkomst: Verzoekers zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens te late indiening zonder geldige uitzondering.