ECLI:NL:PHR:2005:AT1819
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervolgingsuitlevering afgewezen wegens onvoldoende specificatie en schending EVRM-rechten
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Turkije gericht op de betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de invoer en handel in 53.000 XTC-pillen. De Rechtbank Breda verklaarde de uitlevering deels toelaatbaar en deels ontoelaatbaar. De Hoge Raad onderzoekt in cassatie onder meer of de stukken voldoende zijn om de verdenking te onderbouwen en of sprake is van schending van EVRM-rechten door uitlokking.
De Hoge Raad constateert dat het Turkse forensisch rapport over de pillen ontbreekt, waardoor niet kan worden vastgesteld of de stoffen onder de Opiumwet vallen en of de feiten strafbaar zijn volgens Nederlands recht. Tevens is onvoldoende gebleken van flagrante schendingen van het EVRM, ondanks de stellingen over uitlokking door Turkse autoriteiten.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet adequaat heeft gemotiveerd waarom de stukken aan de wettelijke vereisten voldoen en dat de uitlevering niet kan worden toegestaan. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de uitlevering wordt ontoelaatbaar verklaard.
Uitkomst: De uitlevering van de opgeëiste persoon aan Turkije wordt ontoelaatbaar verklaard wegens onvoldoende bewijs en schending van het EVRM.