ECLI:NL:PHR:2005:AT5722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord en het verbergen van een lijk na verstikking in bosperceel
De zaak betreft de moord op het slachtoffer, dat door verstikking om het leven is gekomen. Het hof concludeerde dit op basis van het sectierapport van forensisch patholoog dr. Visser, het bloed van het slachtoffer in de auto van verdachte, en de omstandigheden waaronder het lichaam werd begraven in een bosperceel nabij Dronten.
Het slachtoffer was gelokt via een valse 'blind date' afspraak, georganiseerd door verdachte die zich voordeed als medewerker van een relatiebemiddelingsbureau. Op de avond van 4 december 2001 werd het slachtoffer voor het laatst levend gezien en later aangetroffen in een ondiep graf. Getuigen zagen een auto van verdachte nabij het graf en bloedsporen van het slachtoffer werden in die auto gevonden.
Verdachte ontkende betrokkenheid en gaf wisselende verklaringen, waaronder een verhaal over een detective en anderen die zijn auto gebruikten. Het hof verwierp deze verklaringen als ongeloofwaardig. Het hof achtte bewezen dat verdachte met voorbedachte raad handelde, mede door het onderscheppen van een kaart van het slachtoffer aan de ex-vriendin van verdachte en het voorbereiden van de moord.
De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs en de motivering van het hof begrijpelijk en toereikend waren, ook al kon niet exact worden vastgesteld hoe het slachtoffer stierf. De bewezenverklaring dat het slachtoffer door verstikking is overleden werd als voldoende gemotiveerd aanvaard. Verdachte werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor moord door verstikking en het verbergen van het lijk.