ECLI:NL:PHR:2005:AT6025
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling enquêtekosten bij faillissement geen boedelschuld
Deze cassatieprocedure betreft de vraag of de kosten van een enquêteonderzoek ex art. 2:350 lid 3 BW Pro bij een failliete rechtspersoon als boedelschuld moeten worden aangemerkt. De zaak speelt zich af in het faillissement van DecideWise International B.V., waarbij de curator werd bevolen zekerheid te stellen voor betaling van de enquêtekosten.
De Ondernemingskamer had geoordeeld dat deze kosten als boedelschuld gelden, omdat zij rechtstreeks voortvloeien uit de wet en de gerechtelijke beslissing tot onderzoek. Dit oordeel werd onderbouwd met verwijzingen naar een advies van de Sociaal Economische Raad en literatuur die deze opvatting steunt.
De advocaat-generaal betwist deze kwalificatie en stelt dat noch de wet, noch de wetshistorie, noch het doel en de strekking van het enquêterecht aanwijzingen geven dat de onderzoekskosten boedelschuld zijn. Hij benadrukt dat boedelschulden direct ten laste van de boedel komen en voorrang hebben boven andere schuldeisers, wat problematisch is als aandeelhouders de enquête verzoeken en de kosten ten laste van schuldeisers komen.
De conclusie is dat de verplichting tot betaling van de enquêtekosten bij faillissement slechts als niet-verifieerbare schuld geldt, zodat de curator niet verplicht is deze uit de boedel te voldoen. Dit voorkomt dat de curator zonder eigen oordeel verplicht wordt tot betaling, en houdt rekening met het faillissementsrechtelijke uitgangspunt van bescherming van schuldeisers.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de verplichting tot betaling van enquêtekosten bij faillissement geen boedelschuld is.